May 042011

…zo kan je mijn werktijd bij de Filmgerelateerde Collecties van het EYE Film Instituut Nederland – voorheen beter bekend als het Filmmuseum – zeker noemen. Vorige week was mijn laatste werkweek en vanaf deze week ben ik fulltime onderzoeker bij Stichting Filmonderzoek, waar ik nu alweer ruim een jaar drie dagen per week al werk. Dit afscheid is een goed moment om eens terug te kijken op de filmgeschiedenis die ik de afgelopen tweeënhalf jaar tot me heb genomen. De Nederlandse filmgeschiedenis welteverstaan. Zowel geïnspireerd door de mooie plaatjes die ik voorbij zag komen, als door de lovende woorden van collega’s. Zowel prachtfilms en klassiekers, als oersaaie, niet doorheen te komen draken.

Eén van die draken is MIJN VRIEND (1979) van Fons Rademakers. Op 3 februari 2009 schreef ik dat deze film over een echtgebeurde Belgische rechtzaak een verschrikkelijk saaie en slechtgemaakte film was. Wel vond ik het leuk een jonge Peter Faber voorbij te zien komen. Die lol verdween echter zeer snel, toen ik erachter kwam dat Peter Faber werkelijk in élke Nederlandse film uit de jaren ‘70/’80 speelt! Die man was onvermoeibaar! Recentelijk zag ik een veel betere van Rademakers, DE AANSLAG (1986), een lange, maar uiteindelijk erg mooie film. Naast DE AANSLAG moest ik natuurlijk ook die andere Nederlandse oorlogsfilms eens zien: HET MEISJE MET HET RODE HAAR (1981) van Ben Verbong en SOLDAAT VAN ORANJE (1977) van Paul Verhoeven. Alledrie sterke films met interessante karakters en een spannend verhaal. DE AANSLAG is me het meest bij gebleven, vooral door het spel van Derek de Lint. Verteld door zijn ogen wordt de oorlog heel persoonlijk en dichtbij. Ook Renée Soutendijk deed dat goed in HET MEISJE MET HET RODE HAAR.

Als je het hebt over Nederlandse filmgeschiedenis kan je niet om het duo Pim & Wim (Pim de la Parra en Wim Verstappen) en hun productiebedrijf Scorpio Films heen. Vanaf 1967 maakten zij samen films en in 1971 werden zij écht bekend met de film BLUE MOVIE, een enorme box-office hit (de film staat nog steeds op nummer 6 best bezochte Nederlandse films allertijden). BLUE MOVIE is in mijn ogen vooral één groot excuus voor veel naakt en expliciete sex scenes in de bioscoop, die nu behoorlijk stuntelig en niet-erotisch overkomen. Ik kan echt mijn hoofd breken over hoe een film als BLUE MOVIE een giga box-office haalde, terwijl Pim’s WAN PIPEL (1976) indertijd geheel werkt afgekraakt. Van WAN PIPEL was ik namelijk zeer onder de indruk. Ik zag deze mooie romantische film tijdens het afgelopen Nederlands Film Festival. Klik hier als je daar meer over wilt lezen. Naast BLUE MOVIE en WAN PIPEL zag ik ook DROP OUT (1969), RUBIA’S JUNGLE (1970), VD (1972), DIRTY PICTURE (1980) en HET VERBODEN BACHANAAL (1981), maar dat zijn lang niet al hun films. Mijn algemene indruk van deze films wordt sterk beïnvloed door de vaak slechte technische kwaliteit, vooral op het gebied van geluid. Geen idee of dit ligt bij het origineel of de kopie. Verhaallijnen zijn verder vaak een beetje oninteressant, maar de films geven wel fantastische tijdsbeelden. De samenwerking tussen Pim en Wim verliep niet geheel vlekkeloos; zo verdwenen de miljoenen die ze met BLUE MOVIE verdienden iets te snel. De soap-achtige geschiedenis van dit zeer productieve duo wordt mooi weergegeven, wel erg eenzijdig natuurlijk, in de documentaire PARRADOX (2008) van In-Soo Radstake, een portret van de bijzondere Pim de la Parra, die ik afgelopen IDFA zag. Zie ook dit bericht en dit bericht op de blog van de Filmgerelateerde Collecties.

Een andere Nederlandse filmlegende is Frans Weisz – die overigens nog steeds productief is. Zo maakte hij twee jaar geleden HAPPY END, het laatste deel in de trilogie over een familie, bestaande uit LEEDVERMAAK (1989) en QUI VIVE (2001). Deze twee laatste films staan nog op mijn must-see lijstje, maar ik zag al wel HET GANGSTERMEISJE (1966), ROOIE SIEN en HEB MEDELIJ JET (beide 1975). Leuke films, met veel enthousiasme gemaakt. De zwart-wit film HET GANGSTERMEISJE was lastig te volgen, maar de vervreemdende en zweverige Nouvelle Vague stijl uit de jaren ‘60 komt wel erg mooi terug. Bij het kijken van ROOIE SIEN verbaasde ik me over de acteerkwaliteiten van Willeke Alberti en het meeslepende verhaal, dat had ik niet verwacht. HEB MEDELIJ JET, met Johnny Kraaykamp sr. en Piet Römer, wordt naar het eind toe een beetje vermoeiend, maar is eigenlijk best hilarisch. Ik ben heel benieuwd naar zijn andere films.

En dan is er natuurlijk Paul Verhoeven. Van Paul Verhoeven zag ik de afgelopen tijd WAT ZIEN IK? (1971), KEETJE TIPPEL (1975), FLESH+BLOOD (1985) en STARSHIP TROOPERS (1997). Op DE VIERDE MAN na heb ik al zijn films gezien en ik ben wel een stijl gaan herkennen, die lastig te doorgronden, maar wel herkenbaar is. Zijn films zijn zeer vermakelijk, elk op hun eigen bijzondere manier, en met veel vakmanschap gemaakt.

In 2007 keek ik tijdens het Nederlands Film Festival de film HET STENEN VLOT (2002) van – de toen voor mij nog onbekende – George Sluizer. Tijdens mijn werk bij EYE kwam ik hem weer tegen, zowel als regisseur als producent, en met zowel Nederlands als Engels gesproken films. Zo zag ik het briljant spannende SPOORLOOS (1988), de speciale en internationale film TWEE VROUWEN (1979), die ik hier besprak, en tevens de door hem geproduceerde film HET JAAR VAN DE KREEFT (1975) met Willeke van Ammelrooy en Rutger Hauer, een zeer mooie en emotionele film. Willeke van Ammelrooy was een gezicht dat ik ook telkens weer tegenkwam. Ze speelde in veel films van Pim de la Parra en daarnaast in allerlei uiteenlopende films. Haar gezicht en haar spel intrigeerden me, dus ik keek de documentaire MIJN MOEDER, DE ACTRICE WILLEKE VAN AMMELROOY (2008) van haar dochter Denise Janzee, om meer over haar te weten te komen. Het is een boeiend mens, waar je helemaal niet zo makkelijk meer over te weten kan komen. Een andere intrigerende acteur die ik vaak tegenkwam op de foto’s die ik doornam was Thom Hoffman. Hij was zeer sterk in DE WITTE WAAN (1984) van Adriaan Ditvoorst, die ik in november 2009 zag. De film zelf kon ik niet goed volgen, maar speciaal is dit kunstwerkje – want zo kan je de film wel noemen – wel. Recentelijk zag ik DE PROVINCIE (1991) van Jan Bosdriesz, waarin Hoffman samen met Tamar van den Dop, Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat speelt. In deze film kijken drie mannen terug op hun tijd in de provincie, toen ze alledrie verliefd waren op dezelfde vrouw. Een verassend mooie film, met geweldig acteerwerk – hoe kan het ook anders bij deze acteerlegendes – en mooie beelden uit de provincie – geen idee welke trouwens.

Geïnspireerd door mijn werk leende ik in juli van 2009 de Kalverliefde dvdbox met Gouden Kalf winnaars uit de jaren ‘80. Ik moet binnenkort ook die andere boxen eens lenen. Ik keek HET TEKEN VAN HET BEEST – waarvan ik later ook zo’n 1000 negatieven heb verwerkt – DE STILTE VAN CHRISTINE M., THE ILLUSIONIST en FLESH + BLOOD. Die eerste twee zijn meteen favorieten geworden, wat een fantastische films! Lees hier waarom deze films in mijn ogen Nederlandse klassiekers zijn en terechte Gouden Kalf winnaars. De meeste films die ik zag kwamen uit de jaren ‘70, de gouden jaren van de Nederlandse film volgens Hans Schoots, auteur van het boek Van Fanfare tot Spetters. Waarschijnlijk simpelweg omdat ik uit die tijd de meeste filmfoto’s langs zag komen. De enige vooroorlogse Nederlandse film die ik zag was DE SPOOKTREIN (1939), die ik hier besprak. En op het afgelopen Nederlands Film Festival ging ik naar een verzamelprogramma van Herman van der Horst, een documentaireregisseur van oerhollandse beelden van een wederopbouwend Nederland in de jaren ‘50. Zie dit bericht voor meer.

Last but not least moet ik natuurlijk First Floor Features noemen, het productiebedrijf van Dick Maas en Laurens Geels dat in 1984, net na de release van Dick Maas fantastische Neder-horror DE LIFT (1983) werd opgericht en uitgroeide tot de eerste en enige echte Nederlandse filmstudio met een reeks kaskrakers op een rij. De eerst film die ze maakten was ABEL (1986) van Alex van Warmerdam, mijn favoriete Nederlandse regisseur en tevens mijn favoriete Nederlands film. In 1992 maakten ze samen ook nog het geniale DE NOORDELINGEN. Dick Maas maakte met First Floor ook FLODDER (1986), AMSTERDAMNED (1988), en DOWN (2001), die ik recentelijk nog zag naar aanleiding van het enorme ding dat tijdens mijn werk boven mijn hoofd hing. Zie ook dit bericht op de blog van de Filmgerelateerde Collecties. Afgelopen koninginnedag zag ik nog een First Floor film. Eén van de allermooiste jeugdfilms die ik inmiddels bijna woord-voor-woord mee kan praten, met geweldige rollen van Monique van der Ven en Derek de Lint, LANG LEVE DE KONINGIN (1995).

Maar met deze ontdekkingstocht door de Nederlandse filmgeschiedenis is mijn bestudering van dit fantastische erfgoed met geweldige tijdsbeelden nog lang niet over. Er liggen nog vele films te wachten die ik niet kan missen. Tips zijn altijd welkom! En later misschien nog een bericht over de buitenlandse filmgeschiedenis die ik óok behandelde tijdens mijn werk.

Leave a Reply

(required)

(required)