Filmgeschiedenis

May 042011

…zo kan je mijn werktijd bij de Filmgerelateerde Collecties van het EYE Film Instituut Nederland – voorheen beter bekend als het Filmmuseum – zeker noemen. Vorige week was mijn laatste werkweek en vanaf deze week ben ik fulltime onderzoeker bij Stichting Filmonderzoek, waar ik nu alweer ruim een jaar drie dagen per week al werk. Dit afscheid is een goed moment om eens terug te kijken op de filmgeschiedenis die ik de afgelopen tweeënhalf jaar tot me heb genomen. De Nederlandse filmgeschiedenis welteverstaan. Zowel geïnspireerd door de mooie plaatjes die ik voorbij zag komen, als door de lovende woorden van collega’s. Zowel prachtfilms en klassiekers, als oersaaie, niet doorheen te komen draken.

Eén van die draken is MIJN VRIEND (1979) van Fons Rademakers. Op 3 februari 2009 schreef ik dat deze film over een echtgebeurde Belgische rechtzaak een verschrikkelijk saaie en slechtgemaakte film was. Wel vond ik het leuk een jonge Peter Faber voorbij te zien komen. Die lol verdween echter zeer snel, toen ik erachter kwam dat Peter Faber werkelijk in élke Nederlandse film uit de jaren ‘70/’80 speelt! Die man was onvermoeibaar! Recentelijk zag ik een veel betere van Rademakers, DE AANSLAG (1986), een lange, maar uiteindelijk erg mooie film. Naast DE AANSLAG moest ik natuurlijk ook die andere Nederlandse oorlogsfilms eens zien: HET MEISJE MET HET RODE HAAR (1981) van Ben Verbong en SOLDAAT VAN ORANJE (1977) van Paul Verhoeven. Alledrie sterke films met interessante karakters en een spannend verhaal. DE AANSLAG is me het meest bij gebleven, vooral door het spel van Derek de Lint. Verteld door zijn ogen wordt de oorlog heel persoonlijk en dichtbij. Ook Renée Soutendijk deed dat goed in HET MEISJE MET HET RODE HAAR.

Als je het hebt over Nederlandse filmgeschiedenis kan je niet om het duo Pim & Wim (Pim de la Parra en Wim Verstappen) en hun productiebedrijf Scorpio Films heen. Vanaf 1967 maakten zij samen films en in 1971 werden zij écht bekend met de film BLUE MOVIE, een enorme box-office hit (de film staat nog steeds op nummer 6 best bezochte Nederlandse films allertijden). BLUE MOVIE is in mijn ogen vooral één groot excuus voor veel naakt en expliciete sex scenes in de bioscoop, die nu behoorlijk stuntelig en niet-erotisch overkomen. Ik kan echt mijn hoofd breken over hoe een film als BLUE MOVIE een giga box-office haalde, terwijl Pim’s WAN PIPEL (1976) indertijd geheel werkt afgekraakt. Van WAN PIPEL was ik namelijk zeer onder de indruk. Ik zag deze mooie romantische film tijdens het afgelopen Nederlands Film Festival. Klik hier als je daar meer over wilt lezen. Naast BLUE MOVIE en WAN PIPEL zag ik ook DROP OUT (1969), RUBIA’S JUNGLE (1970), VD (1972), DIRTY PICTURE (1980) en HET VERBODEN BACHANAAL (1981), maar dat zijn lang niet al hun films. Mijn algemene indruk van deze films wordt sterk beïnvloed door de vaak slechte technische kwaliteit, vooral op het gebied van geluid. Geen idee of dit ligt bij het origineel of de kopie. Verhaallijnen zijn verder vaak een beetje oninteressant, maar de films geven wel fantastische tijdsbeelden. De samenwerking tussen Pim en Wim verliep niet geheel vlekkeloos; zo verdwenen de miljoenen die ze met BLUE MOVIE verdienden iets te snel. De soap-achtige geschiedenis van dit zeer productieve duo wordt mooi weergegeven, wel erg eenzijdig natuurlijk, in de documentaire PARRADOX (2008) van In-Soo Radstake, een portret van de bijzondere Pim de la Parra, die ik afgelopen IDFA zag. Zie ook dit bericht en dit bericht op de blog van de Filmgerelateerde Collecties.

Een andere Nederlandse filmlegende is Frans Weisz – die overigens nog steeds productief is. Zo maakte hij twee jaar geleden HAPPY END, het laatste deel in de trilogie over een familie, bestaande uit LEEDVERMAAK (1989) en QUI VIVE (2001). Deze twee laatste films staan nog op mijn must-see lijstje, maar ik zag al wel HET GANGSTERMEISJE (1966), ROOIE SIEN en HEB MEDELIJ JET (beide 1975). Leuke films, met veel enthousiasme gemaakt. De zwart-wit film HET GANGSTERMEISJE was lastig te volgen, maar de vervreemdende en zweverige Nouvelle Vague stijl uit de jaren ‘60 komt wel erg mooi terug. Bij het kijken van ROOIE SIEN verbaasde ik me over de acteerkwaliteiten van Willeke Alberti en het meeslepende verhaal, dat had ik niet verwacht. HEB MEDELIJ JET, met Johnny Kraaykamp sr. en Piet Römer, wordt naar het eind toe een beetje vermoeiend, maar is eigenlijk best hilarisch. Ik ben heel benieuwd naar zijn andere films.

En dan is er natuurlijk Paul Verhoeven. Van Paul Verhoeven zag ik de afgelopen tijd WAT ZIEN IK? (1971), KEETJE TIPPEL (1975), FLESH+BLOOD (1985) en STARSHIP TROOPERS (1997). Op DE VIERDE MAN na heb ik al zijn films gezien en ik ben wel een stijl gaan herkennen, die lastig te doorgronden, maar wel herkenbaar is. Zijn films zijn zeer vermakelijk, elk op hun eigen bijzondere manier, en met veel vakmanschap gemaakt.

In 2007 keek ik tijdens het Nederlands Film Festival de film HET STENEN VLOT (2002) van – de toen voor mij nog onbekende – George Sluizer. Tijdens mijn werk bij EYE kwam ik hem weer tegen, zowel als regisseur als producent, en met zowel Nederlands als Engels gesproken films. Zo zag ik het briljant spannende SPOORLOOS (1988), de speciale en internationale film TWEE VROUWEN (1979), die ik hier besprak, en tevens de door hem geproduceerde film HET JAAR VAN DE KREEFT (1975) met Willeke van Ammelrooy en Rutger Hauer, een zeer mooie en emotionele film. Willeke van Ammelrooy was een gezicht dat ik ook telkens weer tegenkwam. Ze speelde in veel films van Pim de la Parra en daarnaast in allerlei uiteenlopende films. Haar gezicht en haar spel intrigeerden me, dus ik keek de documentaire MIJN MOEDER, DE ACTRICE WILLEKE VAN AMMELROOY (2008) van haar dochter Denise Janzee, om meer over haar te weten te komen. Het is een boeiend mens, waar je helemaal niet zo makkelijk meer over te weten kan komen. Een andere intrigerende acteur die ik vaak tegenkwam op de foto’s die ik doornam was Thom Hoffman. Hij was zeer sterk in DE WITTE WAAN (1984) van Adriaan Ditvoorst, die ik in november 2009 zag. De film zelf kon ik niet goed volgen, maar speciaal is dit kunstwerkje – want zo kan je de film wel noemen – wel. Recentelijk zag ik DE PROVINCIE (1991) van Jan Bosdriesz, waarin Hoffman samen met Tamar van den Dop, Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat speelt. In deze film kijken drie mannen terug op hun tijd in de provincie, toen ze alledrie verliefd waren op dezelfde vrouw. Een verassend mooie film, met geweldig acteerwerk – hoe kan het ook anders bij deze acteerlegendes – en mooie beelden uit de provincie – geen idee welke trouwens.

Geïnspireerd door mijn werk leende ik in juli van 2009 de Kalverliefde dvdbox met Gouden Kalf winnaars uit de jaren ‘80. Ik moet binnenkort ook die andere boxen eens lenen. Ik keek HET TEKEN VAN HET BEEST – waarvan ik later ook zo’n 1000 negatieven heb verwerkt – DE STILTE VAN CHRISTINE M., THE ILLUSIONIST en FLESH + BLOOD. Die eerste twee zijn meteen favorieten geworden, wat een fantastische films! Lees hier waarom deze films in mijn ogen Nederlandse klassiekers zijn en terechte Gouden Kalf winnaars. De meeste films die ik zag kwamen uit de jaren ‘70, de gouden jaren van de Nederlandse film volgens Hans Schoots, auteur van het boek Van Fanfare tot Spetters. Waarschijnlijk simpelweg omdat ik uit die tijd de meeste filmfoto’s langs zag komen. De enige vooroorlogse Nederlandse film die ik zag was DE SPOOKTREIN (1939), die ik hier besprak. En op het afgelopen Nederlands Film Festival ging ik naar een verzamelprogramma van Herman van der Horst, een documentaireregisseur van oerhollandse beelden van een wederopbouwend Nederland in de jaren ‘50. Zie dit bericht voor meer.

Last but not least moet ik natuurlijk First Floor Features noemen, het productiebedrijf van Dick Maas en Laurens Geels dat in 1984, net na de release van Dick Maas fantastische Neder-horror DE LIFT (1983) werd opgericht en uitgroeide tot de eerste en enige echte Nederlandse filmstudio met een reeks kaskrakers op een rij. De eerst film die ze maakten was ABEL (1986) van Alex van Warmerdam, mijn favoriete Nederlandse regisseur en tevens mijn favoriete Nederlands film. In 1992 maakten ze samen ook nog het geniale DE NOORDELINGEN. Dick Maas maakte met First Floor ook FLODDER (1986), AMSTERDAMNED (1988), en DOWN (2001), die ik recentelijk nog zag naar aanleiding van het enorme ding dat tijdens mijn werk boven mijn hoofd hing. Zie ook dit bericht op de blog van de Filmgerelateerde Collecties. Afgelopen koninginnedag zag ik nog een First Floor film. Eén van de allermooiste jeugdfilms die ik inmiddels bijna woord-voor-woord mee kan praten, met geweldige rollen van Monique van der Ven en Derek de Lint, LANG LEVE DE KONINGIN (1995).

Maar met deze ontdekkingstocht door de Nederlandse filmgeschiedenis is mijn bestudering van dit fantastische erfgoed met geweldige tijdsbeelden nog lang niet over. Er liggen nog vele films te wachten die ik niet kan missen. Tips zijn altijd welkom! En later misschien nog een bericht over de buitenlandse filmgeschiedenis die ik óok behandelde tijdens mijn werk.

Sep 292010
Bastoy
Regie: Michel Kapteijns | Documentaire | klik hier voor verdere credits
Woensdagochtend was zo’n moment om voor een willekeurige documentaire te kiezen. Ik houd speelfilms veel beter bij dan documentaires, maar ik probeer tijdens het festival wel minstens twee documentaires te kijken. Ook deze docu was erg mooi en indrukwekkend. BASTOY vertelt over een minimum-security gevangenis op een eilandje bij Noorwegen. De gevangenen zijn criminelen die even slechte dingen hebben gedaan als gevangenen in gesloten gevangenissen, maar zij hebben het ‘geluk’ op dit eiland te zijn geplaatst. En het systeem lijkt erg goed te werken. De maker van de film, die na afloop nog enkele vragen beantwoordde, is groot voorstander van het systeem, omdat de mannen iets leren, losbreken van oude patronen en gezond en opgebloeid ontslagen worden. In gesloten systemen raken de mannen gefrustreerd en in zich zelf gekeerd, ze eten en slapen slecht en worden er niet beter op. Dat klinkt heel logisch als je ziet hoe de gevangenen het hebben op Bastoy; ze werken in de frisse buitenlucht, eten zelf verbouwd biologisch voedsel en hebben meer vrijheid te gaan en staan waar ze willen op het eiland. Ze worden niet geleefd, maar maken hun eigen keuzes. Zoals het in het echte leven ook is natuurlijk. Als de film op tv komt, zeker gaan kijken!
In het vizier: Herman van der Horst
Programma van vier korte documentaires van Herman van der Horst | klik hier voor verdere info
Tijdens mijn werk bij EYE bij de fotocollectie verwerk ik de laatste tijd veel foto’s van Nederlandse klassiekers, zoals speelfilms van Frans Weisz en George Sluizer, maar ook van de documentaires van Herman van der Horst. Van der Horst was een documentaire maker uit dezelfde tijd als Bert Haanstra en zijn stijl is ook enigszins vergelijkbaar. De vier korte docu’s die ik zag zijn beschrijvende portretten van Nederland. De meest sterke vond ik HOUEN ZO! uit 1952 over de wederopbouw van Rotterdam na de oorlog. De film heeft een mooie structuur en geweldige montage en camerabewegingen. Heel fijn dat het festival ook dit soort programmering biedt. Dan leer je nog eens wat over de Nederlandse filmgeschiedenis.
Komt een vrouw bij de dokter
Regie: Reinout Oerlemans | klik hier voor verdere credits
Wat ik vind over het feit dat KOMT EEN VROUW BIJ DE DOKER wel genomineerd was voor Beste Film, maar niet heeft gewonnen kan je lezen bij de bespreking van JOY. Nu mijn inhoudelijke kritiek. Het boek wilde ik na drie bladzijden door de trein smijten van afschuw, dus ik stond niet te springen om een verfilming. Tijdens dit festival heb ik de film toch maar gezien, omdat ik vind dat je zo’n grote, goed bezochte film wel gezien móet hebben. En het viel me erg mee. De acteerprestaties door Carice van Houten en Barry Atsma waren geweldig. Ik was werkelijk door de invoelbare, naturelle manier van acteren van beiden zeer onder de indruk. Van dat theater-acteren wat je toch veel ziet in Nederlandse film was hier geheel geen sprake. En dat bij een sterk dialoog gedreven film. Ook de locaties zijn prachtig, evenals het camerawerk, het licht en het geluid. Ik werd meegesleept door de personages. Maar toch wringt er iets. De structuur was niet optimaal, de tussentitels waren echt overbodig en de montage was raar rommelig af en toe. Het was duidelijk merkbaar dat er een beginnende regisseur aan het werk was. Waarschijnlijk heeft de professionele crew om hem heen de film de kwaliteit gegeven die het uiteindelijk toch bezit. Maar de film raakte me niet. Best jammer. Fan van Carice ben ik echter wel alleen maar meer geworden.
Sep 282010

Maandag en dinsdag moest ik hard werken de hele dag, maar gelukkig zag ik ’s avonds wel mooie films. Ook ging ik naar een lezing: ‘Dutch Angle – inzoomen op artistieke film’. Aan de hand van twee case-studies werd er gedebatteerd over de mogelijkheden en moeilijkheden van het in de markt zetten van de artistieke film. De ene case-study was BROWNIAN MOVEMENT, de nieuwe film van Nanouk Leopold die in maart 2011 in première zal gaan. Deze film wordt geproduceerd door Circe Films, waar ik stage liep (lees hier meer). Ik ben verschrikkelijk nieuwsgierig naar de film, vooral nu ik tijdens deze lezing de première van de trailer zag! Een zeer interessante en inspirerende lezing. Even mijn mening over het social media topic: ik ben helemaal voor facebook-pagina’s van aankomende Nederlandse films. Ik vind dat facebook een perfect (en goedkoop en makkelijk) promotiemiddel is. Als er tijdens de opnames van BROWNIAN MOVEMENT een facebook pagina was gestart (zoals bij SINT van Dick Maas wel het geval was), dan was ik zeker lid geworden en had ik de pagina zeker aanbevolen aan anderen. En met mij vele anderen. Dus weg met de bescheidenheid van Nederlandse filmmakers: promoten die hap! Tevens gaf Paul Verstraeten een zeer geslaagde en leuke presentatie met meningen van filmliefhebbers over de Nederlandse film. Conclusie: Alex van Warmerdam maakt de leukste Nederlandse films en Nederlandse films mogen herkenbaarder Nederlands zijn. Mijn woorden!

Joy
Regie: Mijke de Jong | klik hier voor verdere credits
Inmiddels is bekend dat JOY de Gouden Kalf kreeg voor Beste Film. Absoluut verdiend, want JOY is een fantastische film! Toch kan ik het niet laten nogmaals toe te voegen dat ik eigenlijk vind dat KOMT EEN VROUW BIJ DE DOKTER had moeten winnen. Ook die film keek ik op het festival en ik vond de film afgezien van het acteerwerk niet heel sterk (dat lees je in een ander bericht). Maar toch vind ik dat je als jury niet alleen naar artistieke waarde moet kijken (dat kan bij een prijs als Beste Regie of Beste Scenario wel), maar ook naar productionele waarde en de betekenis die de film heeft of zal hebben voor de Nederlandse filmindustrie. Niemand zal me tegenspreken als ik zeg dat KOMT EEN VROUW.. veel heeft betekend voor de Nederlandse filmindustrie. Omdat zoveel mensen de film hebben bezocht en er zo positief op hebben gereageerd heeft de film ervoor gezorgd dat de Nederlandse film eens positief wordt bekeken. De Nederlandse film heeft de laatste jaren met sterke publieksfilms een inhaalslag qua imago gemaakt en dat zou wel eens met een Gouden Kalf bekroond mogen worden. Dan straal je transparantie, openheid en erkenning voor de kracht van de publieksfilm uit als jury en dat heeft de Nederlandse film nodig. Juist nu, juist nu dit idiote kabinet met deze idiote bezuinigingsmaatregelen in de cultuursector komt. Dan zijn we weer terug bij af. Wat we nodig hebben is nationale steun voor de Nederlandse film. De hele Nederlandse bevolking zou trots moeten zijn op dit nationale product, zodat ook het kabinet dit wordt. En dat doe je met publieksfilms. Want de publieksfilms zorgen indirect ook voor geld voor de artistieke film. Als er vertrouwen is, nationale steun en de elitaire navelstaarderij wordt afgeschaft dan komen we ergens. Als ik aan het roer zou staan, zou ik het wel weten. Wie weet ooit.. Maar ik was bij JOY. Een mooie film, vergelijkbaar met haar ook zeer sterke TUSSENSTAND. De camera zit dicht op de huid van Joy, die op zoek is naar haar moeder, die haar als baby te vondeling legde. In haar hoofd heeft ze een ideaalbeeld van haar moeder, maar de vraag is of haar echte moeder hier wel aan voldoet. En of ze haar moeder wel écht wil leren kennen. Geweldig gespeeld door beginnende acteurs, ook de bijrollen. Een indringende film die veel vragen oproept en waar je lang over kan denken. Wel vind ik stiekem het een beetje een Mijke-de-Jong-maniertje worden. RICHTING WEST heeft een vergelijkbare stijl, maar vond ik eigenlijk frisser, orgineler en maakte meer indruk op mij. Tja, ieder zijn mening.
Wan Pipel
Regie: Pim de la Parra | klik hier voor verdere credits
De première bijwonen van de gerestaureerde versie van de WAN PIPEL uit 1976, in aanwezigheid van Nederlandse film legende Pim de la Parra, was een zeer bijzondere ervaring. Dat ik als EYE medewerker de mogelijkheid kreeg een kaartje te bemachtigen voor deze vertoning voor genodigden, was geweldig! Dat kan je ook lezen in het bericht dat ik schreef voor filmnieuws.nu, dat je hieronder kan vinden. WAN PIPEL is een geweldige film. In geen opzicht voelt de film gedateerd, want de thema’s van de film zijn universeel en tijdloos. Ik was ontroerd door het liefdesverhaal en ook door de voelbare liefde voor het land Suriname. In de gerestaureerde versie komt het mooie landschap van dit land helemaal tot zijn recht, waardoor het een genot wordt de film te kijken. Een ware Nederlandse klassieker die iedereen gezien moet hebben!

Willeke van Ammelrooy nog steeds beroemd in Suriname

geschreven door Jorien Scholtens / 29 Sep

Op dinsdagavond ging de gerestaureerde versie van Wan Pipel van filmpionier Pim de la Parra in première op het Nederlands Film Festival. De première werd bijgewoond door Pim de la Parra zelf, speciaal voor de gelegenheid overgekomen uit Suriname en begeleid door zijn dochters. Ook Willeke van Ammelrooy, hoofdrolspeelster uit de film, was aanwezig. Wan Pipel, gemaakt in 1976, is een ode aan Suriname en vertelt over Roy en zijn terugkeer van Nederland naar Suriname.

Enkele weken geleden was de wereldpremière van de nieuwe versie van Wan Pipel in Paramaribo. De film is daar inmiddels een klassieker. Emjay Rechsteiner, hoofdconservator hedendaagse Nederlandse film van het Eye Film Instituut, was aanwezig bij de première in Paramaribo en vertelt dat de film het Wilhelmus van Suriname is. De film wordt nog steeds elk jaar op Onafhankelijkheidsdag overal gedraaid. Echter, in belabberde kwaliteit. Daar is nu een eind aan gekomen.

De film is in het kader van het digitaliseringsproject Beelden voor de Toekomst, waarnaast Eye ook Beeld en Geluid en het Nationaal Archief aan meewerken, gerestaureerd en gedigitaliseerd. De film is opgepoetst, beeldje voor beeldje, door restaurateur Jan Scholten en vervolgens zijn de kleuren en het geluid opgeschroefd. Het resultaat laat de ware kleurenpracht van het Surinaamse landschap en de mensen zien en klinkt alsof het gisteren werd opgenomen.

Wan Pipel is tevens, als onderdeel van een kleine selectie Nederlandse klassiekers, uitgekozen voor hoogwaardige conservering waardoor het filmmateriaal 3000 jaar te bewaren is. Dit gegeven levert geroezemoes op in de volle zaal, maar Rechsteiner stelt gerust dat het écht waar is. Op deze manier wordt de film een tijdcapsule voor de kinderen van onze kinderen en kunnen zij de films kijken van hun over- overgrootouders op hoge kwaliteit.

Dat de film nog steeds een belangrijk onderdeel is van de Surinaamse samenleving, kon Emjay Rechsteiner aan den lijve ondervinden bij de vertoning in Paramaribo. Dialogen werden door het publiek uitgesproken voordat ze te horen waren en er werd al gelachen om grapjes voordat ze te zien waren op het doek.

Na de staande ovatie voor Pim de la Parra na afloop van de mooie, ontroerende en perfect gerestaureerde film, vulde Willeke van Ammelrooy Rechtsteiner aan met een anekdote. Ook zij was aanwezig bij de première in Paramaribo en in welke taxi ze ook stapte, van elke taxichauffeur kreeg ze een quote uit de film te horen; ‘Je bent van mij, Roy!’

Apr 062010

Over waarom zowel Leonardo Dicaprio, Marlon Brando en Paul Newman zulke geweldige acteurs zijn.

Shutter IslandIk zag vorige week SHUTTER ISLAND in de bioscoop, de nieuwste film van Martin Scorsese (van TAXI DRIVER, THE DEPARTED en nog veel meer meesterwerken). Een ontzettend gave film met een ijzersterke hoofdrol van Leonardo Dicaprio. Het sterke van deze rol kan ik eigenlijk niet uitleggen, want dan verklap ik een essentieel deel van het magnifiek geschreven plot. Deze rol laat in ieder geval zien wat voor geweldige, getalenteerde en bezielde acteur hij is. Hij kan de ontwikkeling van een karakter zo invoelbaar maken, zo dichtbij dat je het haast zelf voelt, dat je haast zelf in de war raakt. Hij kan acteren met zijn ogen en met kleine bewegingen in zijn gezicht, van zijn handen en in zijn manier van lopen. En tegelijk kan hij overdrijven en zich bloot geven alsof hij in het theater staat en alles van zijn spel afhangt. Hij is één van de weinige acteurs die écht kan huilen op het grote scherm, of althans: als hij het doet raakt het me écht. Misschien overbodig om te vertellen dat ik best fan ben van deze man. En ik niet alleen, ook de grote regisseurs in Hollywood. Zo werkte hij met Steven Spielberg in CATCH ME IF YOU CAN, met James Cameron in TITANIC, met Ridley Scott (ALIEN, GLADIATOR) in BODY OF LIES, met Lasse Hällstrom (THE CIDER HOUSE RULES, CHOCOLAT) in WHAT’S EATING GILBERT GRAPE, met Sam Mendes (AMERICAN BEAUTY) in REVOLUTIONARY ROAD en al vier keer met Martin Scorsese (ook in THE DEPARTED, THE AVIATOR en in GANGS OF NEW YORK). En in augustus (dan pas!) staat de première gepland van INCEPTION, van Christopher Nolan (MEMENTO, THE PRESTIGE en THE DARK KNIGHT) waarin hij de hoofdrol speelt. En er staat hem nog heel wat te wachten, getuige de 27 projecten waar hij volgens IMDB in gaat participiëren en de roddels dat zowel Oliver Stone als Clint Eastwood op hem azen voor hun volgende films. Stiekem blijft hij voor mij ook altijd mijn pubercrush. En dat het heel duidelijk mag zijn: ik had hem allang ontdekt voor TITANIC, namelijk in ROMEO AND JULIET (zwijmel!) en de serie “Growing Pains” (heel schattig). Maar toen hij in de gedaante van Jack Dawson voor me op het grote scherm verscheen was ik helemaal om. En dat ben ik nog steeds; al is de crush veranderd in waardering. Echt!

Niet alleen Leonardo Dicaprio is een acteur die het verdient om op te hemelen. Er zijn er nog een aantal die ik even wil noemen. Het is lente en dan krijgt je dat.

marlon brandoAllereerst mijn ontdekking van de afgelopen maanden: Marlon Brando (1924-2004). Zijn spel is niet te omschrijven, dat had ik nog nooit gezien. Hij viel me het eerst op, op de foto’s die door mijn handen gingen bij het Filmmuseum, in onder andere THE MEN (1950), zijn debuutfilm, en MUTINY ON THE BOUNTY (1962) (beide (nog) niet gezien helaas). Alleen al op foto’s spettert zijn aanwezigheid er van af. En na het zien van A STREETCAR NAMED DESIRE (1951), ON THE WATERFRONT (1954), THE GODFATHER (1972), LAST TANGO IN PARIS (1972) en APOCALYPSE NOW (1979) – vijf fantastische films – ben ik heilig overtuigd dat dit de beste acteur allertijden is. In genoemde films speelt hij vijf zeer uiteenlopende en toch ijzersterke rollen. Het meest opvallende aan Brando is de manier waarop hij oud is geworden. Van een jonge, gespierde hunk die gevoelige en gecompliceerde rollen speelt, tot een wat verwaarloosde en in de war geraakte man in brute, gewelddadige karakters. Altijd even krachtig, dat wel. Het feit dat hij onmogelijk schijnt te zijn geweest op de filmset en elke regisseur tot wanhoop dreef, heeft er alleen maar aan de legende die Marlon Brando heet bijgedragen, denk ik. Volgens verschillende forums moet ik nu vooral nog JULIUS CAESAR zien – en eigenlijk z’n hele oeuvre natuurlijk. Ik kan niet wachten om weer meer van dit bizarre, gevoelige, ogenschijnlijk geïmproviseerde, nonchalante en toch precieze en ook vaak sensuele acteerwerk te kijken!

Nog een ontdekking: Paul Newman. Ook hem zag ik in het Filmmuseum voorbij komen en wel in de film ABSENCE OF MALICE (1981). Aan zijn oeuvre ben ik nog niet toegekomen – Marlon kreeg even voorrang – maar daar ga ik binnenkort aan beginnen. Ik zag al wel THE HUSTLER (1961), een slim geschreven en psychologisch zware film over pool. Ja, ik wist ook niet dat het kon, maar met Paul Newman in de hoofdrol kan het. Ook hij geeft zich geheel bloot in zijn acteerwerk, je krijgt het gevoel in zijn ziel te kunnen kijken. En samen met Brando zijn ze de meest sensuele acteurs uit de filmgeschiedenis, als je het mij vraagt. Dat maakt het kijken van een slechte film als HARPER (1966) toch nog een feestje.

Meer van dit soort (maar dan wel iets jonger en nog levend..) volgt later!

Nov 152009

Ik heb iets met rampenfilms, met films waarin het einde der tijden nadert, films waarin de Apocalyps wordt voorspeld. Het liefst met veel spektakel en special-effects, maar het mag ook wel met wat diepgang en persoonlijk drama. Het is me echter niet geheel duidelijk waarom deze apocalyptische films – om ze zo maar even te noemen – zo tot mijn verbeelding spreken. Ik word in ieder geval zeer nieuwsgierig van trailers van films als 2012 (première afgelopen donderdag) en THE ROAD (première 4 februari 2010). Het zijn vooral de post-apocalyptische beelden van verlaten straten, in paniek achtergelaten auto’s, begroeide gebouwen en rond wapperende eens-heel-belangrijke papiertjes. Zoals je die vindt in onder andere I AM LEGEND, THE OMEGA MAN, THE WORLD, THE FLESH AND THE DEVIL (1961) en in het zeer sterke 28 DAYS LATER. En daarna zie je eenzame achterblijvers, die de virussen, aanvallen vanuit de ruimte en natuurrampen hebben overleeft. Ze proberen te overleven in een wereld die lijkt op onze ‘normale’ wereld, maar die niets meer te maken heeft met al onze wetten, regels, normen en waarden. Meestal kunnen we dan de conclusie trekken dat er in veel mensen niets menselijks meer overblijft en we overgaan tot plunderen, moorden, machtsvertoon en egoïsme. Zoals in CHILDREN OF MEN, BLINDNESS en THE MIST. Of we hebben juist te maken met helden die de wereld zullen redden van de ondergang, vaak stoere astronauten en wetenschappers. Dat betekent veel pre-apocalyptisch spektakel, zoals in THE CORE (2003), DEEP IMPACT (1998), ARMAGEDDON (1998) en – op een andere, speciale manier benaderd – SUNSHINE. Of we treffen wanhopige mensen precies tijdens de apocalyps, zoals in WAR OF THE WORLDS (1953 en 2005), INDEPENDENCE DAY (1996), DANTE’S PEAK (1997), THE DAY AFTER TOMORROW (2004) en – op de allerbeste manier gefilmd – CLOVERFIELD. Ook als de apocalyps slechts als achtergrond dient voor een stevige actiefilm vind ik het leuk, zoals in de TERMINATOR films (nummer I, II en IV welteverstaan, III was rommel). Apocalyptische films zijn begreigend, naargeestig, spectaculair, spannend en zet je aan het denken over de toekomst. En daarnaast wordt ik graag uit mijn bioscoopstoel geblazen door keiharde special effects. Ik ben zeer benieuwd naar 2012, maar ik vrees dat het teveel van het goede is. Om maar te zwijgen over de waarschijnlijk overmatig aanwezige cheesy one-liners en clicheematige Hollywoodiaanse inkoppertjes. Maar dat geeft niks, geef mij maar twee uurtjes het einde van de wereld. Heerlijk. Floortje Smit van cinema.nl schreef hier een leuk stuk over. Zij heeft een interessant antwoord op mijn vraag wat onze fascinatie met de apocalyps inhoudt: ‘Eigenlijk is niets zo geruststellend als wereldwijde destructie op het witte doek.’ En dan kan ik het niet laten om een zeer geruststellende website aan te bevelen over de rampenfilm-traditie: Catastrophe in the Movies.

Nov 082009

In plaats van al die slappe filmrecensies (grapje), dit keer een intelligent stukje achtergrondinformatie bij een geweldige film die ik vorige week zag, namelijk A WOMAN UNDER THE INFLUENCE (1974) van John Cassavetes. In september en oktober had het Filmmuseum een speciaal programma rond Cassavetes en net voordat het af zou lopen keek ik bovengenoemde film en een recentere uit zijn oeuvre: LOVE STREAMS (1984).

Regisseur en acteur John Cassavetes verdiend een speciaal programma, omdat hij één van de eerste was die films maakte onafhankelijk van de Hollywood-studio’s. Hij was – ik heb mijn bijbel Film History er weer eens bijgepakt -onderdeel van een New Yorkse off-Hollywoodgroep die artistiek ambitieuze films maakten, geïnspireerd door Europese ideeën over realisme in film. Hij gebruikte een semi-documentaire stijl en improviserende acteurs, zoals in zijn debuut SHADOWS (1959). Deze manier van filmen werd cinema vérité, of ook wel Direct Cinema genoemd. Direct Cinema was oorspronkelijk een nieuwe manier van documentaire maken. Er werd uitgegaan van ongecontroleerde cinema, waarbij de regisseur een situatie slechts observeerde in plaats van beïnvloedde. De regisseur beschreef een situatie door te laten zien hoe de dingen werkelijk gebeurden, in plaats van het beeld te laten zien dat mensen hadden van hoe de dingen zouden moeten gebeuren. Dit betekent dat het ‘echte’ leven zoveel mogelijk benaderd werd, in plaats van een geromantiseerde wereld te construeren met helden en slechterikken – zoals Hollywood dat deed (en doet). Direct Cinema zette zich dus niet alleen af van het studio-systeem in Hollywood, maar ook tegen de manier van vertellen in Hollywood. Cassavetes acteerde naast het regisseren in veel films, ook in mainstream Hollywood films. Hij is dan ook één van de weinige die zowel een Oscarnominatie kreeg voor beste acteur, als voor beste regie en voor beste scenario.

Cassavetes is een voorbeeld geweest voor veel andere independent filmmakers en wordt ook wel de geestelijk vader van de onafhankelijke film genoemd. Onder andere Martin Scorsese (TAXI DRIVER), Sean Penn (INTO THE WILD), Mike Leigh (SECRETS & LIES, HAPPY-GO-LUCKY) en Pedro Almodóvar (HABLE CON ELLA) zijn door hem geïnspireerd. Ook bijvoorbeeld de films BUBBLE, FROZEN RIVER, THE SAVAGES en het zeer mooie en ontroerende WENDY EN LUCY (2008) van Kelly Reichardt, die ik vanmiddag in het Filmmuseum zag, zijn films in deze stijl. Het is een stijl die ik erg waardeer; ik vond het dan ook erg leuk om eens iets te zien uit de handen van een independent pionier. A WOMAN UNDER THE INFLUENCE is een fantastische, diepe indruk achterlatende film. Een echte acteurs-film, omdat de acteurs – Cassavetes vrouw Gena Rowlands en goede vriend Peter Falk – veel vrijheid krijgen om tot allerlei extremen te gaan. De film vertelt over Mabel, een huisvrouw met een psychische aandoening, haar opname in een ziekenhuis en de reactie van haar man, kinderen, familie en vrienden. Het is een film over leven in suburbia, leven ‘zoals dat hoort’. Mabel kan en wil zo niet leven. Is zij daarom gek? Of is de wereld om haar heen gek? Dat is een tijdloze en universele kwestie die op een mooie, indringende, intense en goed geregisseerde manier in beeld is gebracht. Ik zat diep geraakt in de zaal en de film bleef nog dagenlang door mijn hoofd spoken. Cassavetes laat in lange shots het ‘echte’ leven zien, zonder in te grijpen. Zo gaat het er aan toe in veel huizen. Dit is hoe mensen leven. Dit is de werkelijkheid.

Bron: Bordwell, David, en Kristin Thompson. Film History. An Introduction. 2e ed. New York: McGraw-Hill, 2003.

Sep 152009

Het Teken van het BeestHET TEKEN VAN HET BEEST is de eerste film die ik keek uit de box Kalverliefde: Beste Speelfilm 1981-1985 (en ook een film waarvan ik vele foto’s en negatieven moest bekijken voor mijn werk). Het is één van de eerdere films van de nog altijd productieve Pieter Verhoeff. Zijn film NYNKE maakte veel indruk op me, maar zijn meest recente EEN BRIEF VOOR DE KONING veel minder helaas. Toch ben ik door HET TEKEN… geïnteresseerd geraakt in de rest van zijn oevre, vooral omdat hij in tegenstelling tot veel van zijn collega’s durft op het platteland te filmen. HET TEKEN… sprak me daardoor sterk aan; de setting is een Friese boerengemeenschap met kleine boerderijen, uitgerekte weilanden en met bomen omzoomde landweggetjes. Voeg daar herfstachtige motregen aan toe en de film vormde een flashback naar mijn fietstochten naar school op het Drentse platteland. Dat de film zich in 1929 afspeelde en niet eind jaren ‘90 maakt niet uit, zoveel verandert er niet aan het Nederlandse platteland. HET TEKEN… is daarnaast een prachtige film over een onmogelijke liefde en de dingen die men over heeft voor de liefde. Eigenlijk vertelt deze film het waargebeurde verhaal van IJe Wijkstra en zijn moord op vier politieagenten, maar bij mij blijft vooral de chemie tussen Gerard Thoolen en Marja Kok hangen en de opbloeiende verliefdheid tussen hun personages. Deze liefde leidde uiteindelijk tot de moorden en Pieter Verhoeff had dat niet op een betere manier kunnen vertellen.

De Stilte Rond Christine M.Een andere film uit de dvdbox Kalverliefde: Beste Speelfilm 1981-1985 is DE STILTE ROND CHRISTINE M.. Ik kende de film niet, in tegenstelling tot de hierboven besproken film HET TEKEN VAN HET BEEST, FLESH+BLOOD en DE ILLUSIONIST. Laatste twee films keek ik ook. Het zijn beide opzienbarende films en dat was vast ook de reden waarom ze een Gouden Kalf wonnen. DE STILTE… is net zo opzienbarend, maar niet zo vervreemdend (DE ILLUSIONIST) of over-de-top (FLESH+BLOOD). DE STILTE… is vooral een krachtige, mooie vertelling en een film die dicht bij de personages komt zonder veel uit te leggen. De film is misschien wel overdreven feministisch en mischien zelfs naïef en ongenuanceerd, maar meer nuancering zou naar mijn mening afbreuk doen aan de kracht die uit de personages en de overtuiging van de regisseusse spreekt. Drie vrouwen vermoorden zonder het van plan te zijn, maar opgebroken door de continuë onderdrukking van de mannen in hun leven, een man in een kledingzaak. Een vrouwelijke psychiater onderzoekt hun toerekeningsvatbaarheid en raakt in een moreel conflict. Leuke toevalligheid: tijdens De Avond van de Grote Filmquiz die woensdag 23 september op Ned. 3 werd uitgezonden, speelden drie kandidaten een cruciale scène uit de film na. En nog leuker: ik zat samen met zussen en Marijn in het publiek!