International Film Festival Rotterdam
Een dagje International Film Festival Rotterdam!
Mijn dag begon ’s ochtends vroeg met twee keer Nederlandse film. Allereerst Kort Rotterdams, een verzamelprogramma van vijf korte films die zich afspelen in Rotterdam, gemaakt door Rotterdamse productieteams. De films DONNIE, DAKLOPERS, VALDRIFT, VESTIAIRE en JE KOM TOCH? werden vertoond. Het waren allemaal niet hele speciale films helaas, het ontbrak vooral aan originaliteit. Behalve VALDRIFT van Jasper Wessels. Een geweldig idee en een fantastische uitvoering. De film vertelt het poetische verhaal van een gewone jongen die ineens last krijgt van een vreemde aandoening; zijn zwaartekracht verschuift langzaam. De korte film verbindt in een paar minuten het dagelijkse leven met surrealisme, met humor, met spanning en met liefde. Geweldig gedaan. Ook qua productie; hier is veel creativiteit en lastig stuntwerk voor nodig geweest. Zie ook de Making of Valdrift op youtube (maar eigenlijk moet je eerst de hele film zien).
Daarna CLUB ZEUS van David Verbeek. Zijn R U THERE, die ik vorig jaar in juli zag, maakte indruk op me. Het was geen film die aan alle kanten klopte, maar het raakte me wel. De hoofdrol werd vertolkt door Stijn Komen, een jonge productieve acteur die je in de gaten moet houden. Hij speelde ook de hoofdrol in
VALDRIFT, heel toevallig. R U THERE draait om een Nederlandse gamer die tijdens een wereldtoernooi gamen in Taipei een meisje ontmoet. Het grootste gedeelte van de film speelt zich af in de virtuele omgeving Second Life. Zowel R U THERE als CLUB ZEUS spelen zich af in China, evenals zijn andere lange speelfilm, SHANGHAI TRANE (2008) en eerdere korte films. Maar niet alleen de locatie komt overeen, ook de thematiek. David Verbeek’s films zijn ultiem hedendaags en vertellen over jonge mensen in grote steden, die in een wereld van beton en glas, van games en internet en van anonimiteit en materialisme, op zoek zijn naar een beetje warmte en liefde. Ik vind dit een ontzettend boeiend thema en de manier waarop David Verbeek ermee om gaat in de twee films die ik van hem zag is uitstekend. Ik zal snel de rest van zijn oeuvre gaan bekijken. In CLUB ZEUS draait het om ‘gastjongens’ in een chique club die rijke vrouwen vermaken. De wereld waarin ze leven is nep en zit vol met leugens en bedrog. Een jonge nieuwkomer kijkt op tegen deze snelle, charmante jongens die gemakkelijk veel geld verdienen, maar vraagt zich af of hij met deze manipulatieve wedstrijd mee wil doen. Een zeer intrigerende film, zeer vakkundig gemaakt en ontroerend gespeeld. De film werd slechts in tien dagen opgenomen, tussen SHANGHAI TRANCE en R U THERE in, maar dat is er niet aan af te zien. Vooraf werd aangekondigd dat David Verbeek er zou zijn voor een Q&A, maar hij kon toch niet. Erg jammer, want ik had hem willen vragen of hij alsjeblieft zijn mooie themakeuze, camerawerk en acteursregie mee terug naar Nederland wil nemen om hier zulke mooie films te maken. Ik wil meer films zien zoals WIN/WIN en ik denk dat hij dat kan. Maar als hij in China wil blijven; ook goed!
Vervolgens zag ik de Zweedse documentaire TWIN BROTHERS, 53 SCENES FROM A CHILDHOOD waarin het draait om de tweeling Gustav en Oskar. We zien tien jaar van hun leven – van 9 tot 19 jaar – gefilmd door hun oom. Oskar heeft een ernstige groeistoornis en het is zeer interessant hoe verschillend hun levens zich ontwikkelen; Oskar belooft als klein kind altijd heel braaf te blijven, maar hij is juist degene die als puber ontspoord. Zeer innemend gefilmd en met fantastisch mooie beelden! O, wat houd ik van dit soort ontdekkingen tijdens een festival als het IFFR. Hierna volgde het Mexicaanse VETE MÁS LEJOS, ALICIA van Elisa Miller, een film waarvan ik van te voren niet helemaal zeker wist of het wel leuk zou worden. Maar dat viel alleszins mee! De vertelstructuur was wat verwarrend en ook wat traag, maar de thematiek erg leuk en zelfs ontroerend. De Mexicaanse Alicia besluit naar Buenos Aires te gaan om acrobate te worden. Daar aangekomen slaat de onzekerheid toe en wil ze het liefst naar huis, naar haar ouders in Mexico. Maar ze wil eerst de sneeuw zien, want die heeft ze nog nooit gezien. De film vertelt door middel van flashbacks vanuit de sneeuw – maar het duurde even voordat ik dat doorhad – over Alicia’s worstelingen. En die zijn heel universeel en herkenbaar voor iedereen die negentien is geweest en onzeker over waar je thuis hoort als je net je ouderlijk huis hebt verlaten. Dit speelfilmdebuut is niet perfect – en dat is erg jammer gezien het fantastische onderwerp – maar wel veelbelovend en heel fijn.
Nee, ik heb dit festivaldagje geen teleurstellingen gehad, dat is ook wel eens leuk! Want de laatste film, BLUE VALENTINE van Derek Cianfrance, is helemaal een film om verliefd op te worden. Wat een fantastische indringende, ontroerende, vergaande, acteerprestaties van Michelle Williams en Ryan Gosling. Ik krijg steeds meer respect voor Michelle Williams, vooral door haar even geweldige acteerwerk in de even fantastische film WENDY AND LUCY (waarover ik in dit bericht sprak). En nu heeft ze een Oscar-nominatie te pakken voor haar werk in BLUE VALENTINE. De film vertelt over een getrouwd stel waar de liefde uit is. Je ziet hoe ze bij elkaar kwamen, hoe ze verliefd werden en hoe het mis gaat. Dat is alles. Het deed me ergens denken aan REVOLUTIONARY ROAD, maar dan een stuk ruwer – en natuurlijk nu in plaats van vijftig jaar geleden. De stijl is bijna documentair, heel rauw en dichtbij. Emoties zijn op zo’n mooie manier uitgewerkt, dat het bijna je eigen emoties worden. Je voelt je even teleurgesteld, machteloos, in het nauw gedreven en geïrriteerd. Ook de opbouw is geweldig; eerst snap je niet wat het probleem is, maar langzaam maar zeker ga je het snappen. Hierdoor maak je bijna dezelfde – maar dan binnen anderhalf uur – ontwikkeling mee als de vrouw tijdens haar huwelijk met haar man. Je worstelt, omdat je niet weet wie je moet vertrouwen en of er wel een schuldige aan te wijzen is. Een fantastisch script, geweldige regie en ultieme acteerprestaties. Een deprimerende film waar je kippenvel van over houdt.
Volgend jaar weer zo’n leuke dag!
Het Internationaal Film Festival Rotterdam begon voor mij dit jaar al begin januari, tijdens een IFFR-preview dag voor Filmmuseum medewerkers. Ik zag drie Filmmuseumdistributie-titels die tijdens het festival in première zijn gegaan. Alledrie zeer speciale en mooie films, daar kan ik niet omheen. Het begon met de Colombiaanse roadmovie LOS VIAJES DEL VIENTO, vol met wonderschone beelden van het wisselende Colombiaanse landschap, melancholische accordeonmuziek en twee stille, goed op elkaar ingespeelde mannen met een missie. Een coming-of-age drama in combinatie met een verhaal over oud worden. Echt een aanrader. Daarna de Nederlands/Vlaamse film MY QUEEN KARO van Dorotheé van den Berghe, over de Amsterdamse krakerscene van de jaren ‘70. Maar eigenlijk over Karo, dochter van een idealistisch krakersstel, en hoe zij naar de wereld om zich heen kijkt. Over hoe graag zij normaal wil zijn en nog niet tot de volwassen keuzes gedwongen wil worden die van haar worden verlangd. Een mooie, interessante film met een vertederende rol van de kleine Karo. Als laatste zag ik het Franse LOURDES, ook een echte aanrader. De film vertelt over het bekende bedevaartsoord vanuit de ogen van de rolstoelgebonden Christine, op zoek naar een wonder. Maar het is een ook een zeer subtiele aanklacht tegen de bizarre toeristenplek die Lourdes is geworden en daardoor een hilarische tragikomische film.
Het is heerlijk om je zo te laten verrassen door drie geweldige films – al weet je dat maar nooit natuurlijk – dus dat deed ik opnieuw tijdens een bezoek aan Rotterdam op maandag 2 februari. Siera koos de films uit en het werd uiteindelijk – weer! – een superprogramma. Ik had in eerste instantie voor de bekende namen willen gaan, zoals de nieuwste van Francis Ford Coppola (TETRO), de nieuwste van Todd Solonz (LIFE DURING WARTIME), Oscarbuzz films A SINGLE MAN (die ik al wel heb gezien en die fantastisch is!) en UN PROPHÉTE, de nieuwste – en tevens een animatiefilm! – van Wes Andersson (FANTASTIC MR. FOX) etc, etc. Maar die waren binnen no-time uitverkocht natuurlijk. Dus het werd allereerst de Spaanse film LA MUJER SIN PIANO, een bijzondere film, maar ook zeer vaag en vooral erg deprimerend. Een huisvrouw glipt ’s nachts het huis uit met pruik op om rond te dolen door de stad. De hele film beslaat deze nacht en er lijkt dan ook geen einde aan te komen. Op een gegeven moment raak je net zo ontheemd en doelloos als de vrouw. Waar dient het allemaal toch voor? En vooral: waarom gaat deze vrouw niet gewoon lekker slapen onder een warm dekbed? Bijzondere film, maar wel vervelend. Een stuk fijner was de Koreaanse film EIGHTEEN, over een verboden liefde tussen een jong modern stel. De film laat zien hoe Koreanen met elkaar omgaan, maar vertelt tegelijk een zeer universeel verhaal. De regisseur vertelde na afloop – één van de leuke dingen van festivals: de Q&A’s – dat hij wilde laten zien hoeveel 18 zijn kan verschillen met 19 zijn. En dat heeft hij op een mooie, indringende manier verbeeld.
Vervolgens – nog lang niet moe van het filmkijken – zaten we tussen de bobo’s bij de première van de nieuwste film van Marc de Cloe, SHOCKING BLUE. Een coming-of-age drama, zoals dat zo mooi heet, tussen de oerhollandse tulpenvelden. Drie vrienden zitten samen op de tractor en één valt eraf en overlijdt. De dramatische verwikkelingen die hierop volgen zijn misschien een beetje vergezocht en teveel van het goede, maar Marc de Cloe weet wel hoe je liefde, vriendschap, rouw en het Nederlandse landschap mooi in beeld moet brengen. Vooral het camerawerk is werkelijk fantastisch. En dat van een cameraman die debuteert in het filmen voor een fictiefilm! Dan moet het ook Marc de Cloe’s visie zijn die deze film zo’n heerlijk gevoel mee heeft gegeven. Dezelfde verliefde, zwevende en gevoelige sfeer zat ook in zijn voorlaatste film HET LEVEN UIT EEN DAG, die nog maar een paar maanden geleden op het Nederlands Film Festival in première ging – wat een productiviteit! Beide zijn het op het oog frisse, liefdevolle films, maar eigenlijk verhalen met een serieuze, indruk-achterlatende laag. Het mooiste van dit alles is de lieve, hoopvolle film YO, TAMBIEN (ME TOO), van een Spaans regisseursduo die – zeer terecht – de publieksprijs van het festival won. Het was de laatste film die we zagen in Rotterdam en mooier had het niet kunnen eindigen. De film vertelt over de 34-jarige afgestuurde Daniel die het syndroom van Down heeft. Hij wordt verliefd op een collega, de losbollige Laura. Hij weet, maar wil het niet toegeven, dat er ondanks zijn intelligentie geen toekomst in een relatie met haar zit. Toch is Laura door hem gefascineerd en ontstaat er een intieme band. Het is een origineel, goed geschreven verhaal dat uitstekend is geacteerd. Ondanks dat het natuurlijk gaat over de problemen die het syndroom van Down kan opleveren als het over relaties gaat, vertelt de film ook over universele aspecten als verliefdheid, relaties, familie, werk, rouw.. het leven eigenlijk. De film heeft een beschouwend karakter, je ziet de wereld niet uit de ogen van Daniel, maar ook niet vanuit de ogen van zijn omgeving. De film is ongelofelijk objectief, echt heel knap gedaan. Zonder enig oordeel te vellen maken we kennis met deze mensen en kunnen we hardop glimlachen om Daniel’s – soms naïeve – blikken en uitspraken. Een hele leuke, lieve, mooie film die absoluut een Nederlandse release verdient. Het lijkt mij een echte filmhuis-hit!



