'The business of being an auteur'?
De auteurtheorie herzien volgens de films van Danny Boyle.
Britse regisseur Danny Boyle heeft een brede variëteit aan genres op zijn naam staan; zo maakte hij onder andere horror-, science-fiction-, drama-, thriller-, komedie- en kinderfilms.
Dit oeuvre kenmerkt zich in mijn ogen door een bepaalde stijlvastheid; hij hanteert zowel een herkenbare esthetische stijl als een bepaalde terugkerende thematiek en psychologische diepgang in zijn films.
Door zijn commerciële succes, zijn werk in Hollywood en zijn terugkerende samenwerking met dezelfde producent en schrijvers hebben filmcritici nog niet gedurfd Boyle als auteur te bestempelen.
In deze conclusie geef ik daarom antwoord op de vraag: kan Boyle, in het huidige snel veranderende medialandschap waar filmproductie een grootschalig, commercieel en collectief proces is, als een auteur gezien worden?
(Deze paper schreef ik vóordat SLUMDOG MILLIONAIRE uitkwam.)
'The aura of the artist'
De apocalyptische thematiek en de overeenkomende psychologische diepgang in het oeuvre van Danny Boyle zouden Peter Wollen en Andrew Sarris doen concluderen dat hij een auteur genoemd kan worden, omdat Boyle met een zo breed mogelijke variëteit aan films alle mogelijke uithoeken van filmmaken wil exploreren - zoals regisseur Howard Hawks dat puur theoretisch gezien ook deed. Onbewust maakt hij keuzes voor samenwerkingen en scenario's die zijn fascinatie voor existentialistische, religieuze en spirituele vragen beantwoorden. De psychologische diepgang van de apocalyptische reizen die de protagonisten in deze projecten maken interesseren hem om er zijn film van te maken. In het opzicht van Wollen en Sarris zou Boyle's onvermogen stil te zitten, zijn enthousiasme voor filmmaken en zijn cinefilie van hem een typische auteur kunnen maken. Zijn auteurschap uit zich niet zozeer door een bepaalde stijl, maar ligt 'deeply within' zijn keuzes en de filmtext (Braudy en Cohen 511).
Daarnaast wil hij door middel van een terugkerende esthetische filmstijl zijn films een vernieuwende, verassende en soms vervreemdende en surrealistische sfeer geven, die breekt met het sobere, grauwe realisme van films die hetzelfde - soms zware - onderwerp behandelen. Zijn films zijn kleurrijk, hebben een snel, modern tempo en zijn doordrongen van snelle, herkenbare popmuziek die duidelijk op de voorgrond treedt. Door deze stijlelementen kan hij verschillende genres onderzoeken en Hollywoodiaanse genreconventie onderuithalen om vernieuwende onderzoekende films te maken. Boyle zoekt in zijn keuzes gericht precies het midden tussen diepgang en mainstream cinema, wat hem zowel commercieel succes oplevert als positieve kritieken van filmkenners en -liefhebbers.
Maar dit alles lijkt achterhaald in een tijdperk waarin het medialandschap sterk verandert. De commercie heeft geen baat meer bij de Andrew Sarrissen van nu, waardoor het ouderwetse auteursbegrip waarin het auteurschap 'deeply within' de keuzes en de filmtext van een oeuvre besloten ligt, niet kan overleven. Slechts op filmfestivals, in de filmwetenschap en in filmtijdschriften heeft het auteur-zijn een functie, al is ook deze vorm aan het verworden tot een systeem van cinefiele co-auteurschap. Auteurschap is in deze tijd slechts een manier om films te classificeren, te ordenen, om overzicht te scheppen en om festivals en debatten te organiseren en vorm te geven. Auteurschap is niets meer geworden dan waar het ooit begonnen is; onder filmkenners en filmwetenschappers. De commercie heeft het begrip en de waarde ervan 'gestolen' om te misbruiken voor een groter marktaandeel. Hierdoor is ons denken over auteurschap aangepast en onomkeerbaar veranderd. Danny Boyle stelt in zijn films natuur tegenover techniek en pleit voor de overwinning van de wetenschap; de mogelijkheid van ieder mens rationeel te denken en zijn intelligentie te gebruiken zijn leven beter te maken. Hij zou beter kunnen pleiten voor de overwinning van de natuur, omdat technologische mogelijkheden en de macht van de commercie het hem steeds moeilijker maken als een auteur beschouwd te kunnen worden.
Ik ben het eens met Anna Notaro's hoopvolle conclusie op haar stuk over het vernieuwde auteurschap; ze vind het namelijk onwaarschijnlijk dat de traditionele rol en vaardigheden van de auteur of verhalenverteller uit zal sterven door technologische mogelijkheden en een veranderd medialandschap. Ze stelt: 'The allure of displaced, performative authorship might not be enough to dispel once and for all the aura of the artist (96).' We leven in een tijd waarin film streeft naar effecten, die alleen verworven kunnen worden door een nieuwe veranderde technische standaard; een nieuw soort kunst; 'let's hope that when a new cinematic experience emerges from the changed technical standards it will have lost none of the current fascination of the medium'(96).
Literatuur uit deze conclusie:
Braudy, Leo, en Marshall Cohen, red. Film Theory and Criticism: Introductory Readings. New York/Oxford: Oxford U.P., 1999.
Notaro, Anna. "Technology in Search of an Artist: Questions of Auteurism/Authorship and the Contemporary Cinematic Experience." The Velvet Light Trap 57 (2006): 86-97.
Geschreven in het kader van een cursus behorende bij de Master Film- en Televisiewetenschappen, op 01-02-2008.
Extra: weblog-bericht
Het volgende bericht schreef ik op mijn weblog, die inmiddels niet meer bestaat. Maar dit bericht hoort wel echt bij het bovenstaande.
zondag 20 januari 2008
Ik kijk het hele oeuvre van regisseur Danny Boyle (SUNSHINE (2007), 28 DAYS LATER (2002),
THE BEACH (2000),
A LIFE LESS ORDINARY (1997), SHALLOW GRAVE (1994) TRAINSPOTTING (1998) en MILLIONS (2006)),
omdat ik een paper schrijf over of Danny Boyle een
auteur genoemd kan worden. De auteurtheorie is een Franse uit de jaren '50 afkomstige veel bekritiseerde theorie die zegt dat de regisseur van een film
de ware kunstenaar is achter zijn film, kort gezegd. Deze theorie is eigenlijk heel vaag en ingewikkeld en heeft vaak te maken met meningen
en smaak. Ik wilde dan ook eigenlijk een paper schrijven over de terugkerende apocalyptische thematiek (zie
28 DAYS LATER en I AM LEGEND) in al zijn films, ook omdat ik een grote
fascinatie heb voor de Apocalyps in films en met mij vele anderen. Maar dat vond mijn docent niet relevant en interessant genoeg, dus nu schrijf ik
over de auteurtheorie. Grrrr.. Hij heeft er haast ongemerkt zo'n draai aan kunnen geven dat ik nu niets anders meer kan.
Dat is wel een groot nadeel van mijn Master; alles moet relevant zijn, in spelen op een wetenschappelijk of maatschappelijk debat of bijdragen
aan het onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen in de mediawereld. Dat hoefde tijdens mijn bachelor nog niet. Je mag tegenwoordig niet meer opgeleid worden tot
cinefiel, nee dat heeft geen zin. Alles moet weer teruggekoppeld kunnen worden naar vanalles. In Frankrijk, zo vertelde een studiegenootje, wordt je dat
wel. Filmwetenschap-studenten weten werkelijk alles van film en hebben alles gezien. Frankrijk heeft een bloeiende
filmindustrie en er is veel waardering onder de Fransen voor hun nationale cinema; misschien daardoor? Dat kan je niet van Nederland zeggen. Nee, als
Nederlandse filmwetenschap-student hoef je niet eens films te kijken om je diploma te halen. Echt! Ik doe dat wel en ik ben blij dat ik m'n site
heb, anders zou ik niet van mezelf kunnen zeggen dat ik een filmwetenschapper ben. Was ik maar zo'n opgeleide cinefiel als de Fransen.. Nee,
Nederlanders zijn veel te nuchter ingesteld om ergens gepassioneerd over te kunnen zijn. Maar goed, ergens hebben ze wel gelijk; we kunnen niet
universiteiten sponseren als de studenten niets belangrijks of relevants onderzoeken. Maar stiekem doe ik dat wel het liefst. Ik wil gewoon
het oeuvre van Danny Boyle bekijken en een thematiek aanduiden door scènes te beschrijven, het narratief uit te pluizen en onderliggende
ideeën bloot te leggen. Maar dat is niet goed genoeg. Nou goed, dan doe ik maar wat me opgedragen wordt en loop ik lekker als een lemming
achter m'n docenten aan, terwijl ik uitgelachen wordt door mijn Franse collega's.
|
|
Ga naar:
|
|