Precies vier jaar geleden, op 22 juli 2006, besloot ik in een belachelijk hete en zware zomer bij te gaan houden welke films ik keek. Met een website, welteverstaan. Wat begon als bezigheidstherapie is inmiddels een overzicht van 609 films en hopelijk een beginnetje van een lijst die ik altijd zal bijhouden (wat een database zal ik hebben als ik oud en grijs ben!). Want ondanks dat ik tegenwoordig niet meer elke film die ik zie op mijn website vermeld, houd ik dit natuurlijk wel bij in een zeer statistisch verantwoord excelbestand. En om het vierjarig bestaan van mijn site te vieren, zal ik jullie trakteren op enkele zeer interessante statistische wetenswaardigheden betreffende mijn filmkijkgedrag. Zo, nu klink ik net als een rapport van mijn werk.
Hier komen mijn filmkijkfeiten. Ik hoop dat het niet te teleurstellend is. Ik vind zelf een gemiddelde van 2,9 films per week nogal mager. Je zou verwachten dat een filmliefhebber minstens elke dag een film kijkt. Maar aan de andere kant, ik ben wel fulltime bezig met film in m’n werk (ik heb een heel zwaar leven) en het blijkt dus dat ik ook nog andere hobby’s en een sociaal leven heb! Heel gezond. Althans, een kwart van alle films die ik de afgelopen 4 jaar zag, zag ik in mijn eentje. Dat is niet echt sociaal. Maar het feit dat ook een kwart van alle films die zag geproduceerd zijn voor 2000 verklaart een hoop. Ik kijk namelijk vooral oudere films in m’n eentje. Die andere driekwart, die ik dus samen met anderen kijk, zijn hedendaagse films. Aangezien ik nog veel klassiekers in wil halen, is dat niet echt een hoopvolle verdeling. Ook geen evenwichtige verdeling is het aantal Amerikaanse versus niet-Amerikaanse films; 52% van alle films die ik de afgelopen vier jaar zag is geproduceerd in de VS. De andere helft komt uit de rest van de wereld: een enorme ondervertegenwoordiging. Grappig daarbij is dat 23% van alle films Nederlands is. Dus de helft van alle films van buiten de VS is Nederlands, is dat patriottistisch of niet? Wat overblijft zijn vooral Europese films (21%) en een magere 4% voor de overige continenten. Ik zal heel beschaamd zelfs moeten toegeven dat ik geen enkele Afrikaanse films zag de afgelopen vier jaar. Of mag ik HOTEL RWANDA meetellen (officieel Britse film)? Of de documentaire TAKING ROOT over oorlog in Kenia (officieel Amerikaanse film)? Verder zag ik de afgelopen vier jaar 39 animatiefilms en 50 documentaires. Kennelijk heb ik een zeer sterke voorkeur voor speelfilms.
Gemiddeld ga ik 1,0 keer per week naar de bioscoop, dat is wel een cijfer om trots op te zijn. 41% van alle films die ik in de bioscoop zag, zag ik gratis! Kijk dat zijn nu leuke dingen om bij te houden. Het bespaart kennelijk een hoop om filmgerelateerd werk te doen. De afgelopen 4 jaar ging ik vooral in Utrecht naar de bioscoop (56%), en dan het meest naar zowel het Louis Hartlooper Complex als naar City/Movies (beiden 21%). Maar hoe zie ik die overige 1,9 films per week? Nou, door ze te huren (0,8), op te nemen met mijn dvd-recorder (0,4), rechtstreeks op tv te kijken (0,3), films te lenen van anderen (0,3) of van de bibliotheek (0,1). Jaja, ik houd het allemaal bij. Wat kruisjes zetten en excel rekent het uit! Gegevens combineren is natuurlijk ook heel simpel. Zo was MOON van Duncan Jones de beste film uit 2009 die ik huurde bij de videotheek. En is ABEL van Alex van Warmerdam de beste Nederlandse film van voor 2000 – maar dat had ik eigenlijk ook zonder lijstje kunnen bedenken! De slechtste Amerikaanse film die ik de afgelopen vier jaar in de bioscoop zag was STAY ALIVE, een gruwel van een horrorfilm in een sneak preview. En dan kan ik nog toevoegen dat van de 23 Franse films die ik zag, ik er drie met Marijn keek: de leuke actiekomedies TAXI II en TAXI III en – recentelijk nog – PARIS JE T’AIME. En dat ik zowel zes films van de gebroeders Coen zag in de afgelopen vier jaar, als van Ridley Scott, Paul Verhoeven en Pixar. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Nu ben ik zeer benieuwd wie dat nog meer net zo verschrikkelijk interessant vindt als ik.
Iemand?
Update: Nou, verbazingwekkend kennelijk toch een handjevol mensen! Een collega las zelfs zeer kritisch en wees me erop dat ik me helemaal niet hoef te schamen voor die 39 animatiefilms die ik de afgelopen 4 jaar zag. Want in de afgelopen 4 jaar gingen zo’n 80 lange animatiefilms in première, dus dan heb ik het toch best goed bijgehouden! Ik moet wel de juiste dingen tegen elkaar afzetten natuurlijk. En op speciaal verzoek: in de afgelopen 4 jaar zag ik (zover ik nog kon herinneren) zo’n 100 films met Marloes!
Ik heb nu al – ja echt: nu al – zin in het Nederlands Film Festival, dat pas in september plaats zal vinden middenin het mooie Utrecht. Helaas bestaat er een hele grote kans dat ik dit keer gewoon – zoals het een echte afgestudeerde werkende vrouw betaamt – moet werken. Dus geen vrijwilligersfunctie bij de kassa, geen gala en ook niet zoveel films kijken. Maar dat zal de pret niet drukken! Mijn kantoor bevindt zich immers pal boven één van de meest centraal gelegen bioscopen in Utrecht. (Jaja, elke dag stipt om 4 uur bovendrijvende popcorn-luchten.) Ik begin alvast met een voorproefje Nederlandse film. Deze Nederlandse films zag ik de afgelopen tijd en besprak ik niet (!) op mijn weblog. Het is een schande.
Allereerst NOTHING PERSONAL, de Gouden Kalf winnaar van vorig jaar, over een jonge vrouw die besluit naar Ierland te vertrekken als het niet goed gaat in Nederland. Ze doolt er doelloos rond en ontmoet de eenzame Martin. Een werkelijk beeldschone film met zoveel rust en ruimte voor overpeinzing dat je helemaal zen naar huis gaat. Rust en ruimte, zonder dat het saai wordt, vind ik althans. Naast het verbluffende Ierse landschap, zorgen de beide acteurs daarvoor. De Ierse oude rot in het vak Stephen Rea en de jonge Nederlandse Lotte Verbeek waren zeer goed op elkaar ingespeeld en ook afzonderlijk acteerden ze intens en sterk. De regie van Urszula Antoniak heeft daar zeker ook aan bijgedragen. De film wringt op een lekkere manier, dat wil zeggen dat op de juiste momenten gekozen is voor stiltes of juist niet. Soms ben je zeer verbaasd over beslissingen, maar dan krijg je ook de tijd om erop te reflecteren. En het landschap helpt daarbij. De woeste Ierse rotsen en landerijen hebben zowel iets troosteloos als iets hoopvols. Druilerige uitgestrekte landwegen geven mij altijd zowel een triest als een blij gevoel. En met dat gevoel ging ik na de film naar huis. Heel fijn.
HUNTING & ZN. zal waarschijnlijk aankomend festival gaan draaien, want deze film ging afgelopen februari in première. Ik keek de film tijdens een voorpremière in het Ketelhuis in Amsterdam, met na afloop een vraaggesprek met regisseur Sander Burger. De film is een echte vrienden samenwerking: reallife stel Maria Kraakman en Dragan Bakema schreven samen met goede vriend Burger het script. In de film spelen Kraakman en Bakema een stel dat te maken krijgt met anorexia. Hij heeft de fietsenwinkel van zijn vader overgenomen (bedrijfsnaam én filmtitel Hunting & Zn.) en ze wonen er samen boven. Het is een heel gewoon stel in een nog gewoner dorp, met gewone vrienden, gewone verjaardagspartijtjes en gewone problemen. Althans, tot op zekere hoogte. Want niets is wat het lijkt. Ook hele gewone mensen kunnen doordraaien, obsessief worden en zich in de afgrond storten. Dat is op een hele mooie manier verfilmd. De eerste helft van de film is bijna tot aan het hilarische toe, omdat de burgerlijkheid van het stel heel lichtelijk is aangezet en daardoor komisch door de confronterende herkenbaarheid. Heerlijk om zulke op en top Nederlandse scènes te zien! In de tweede helft draait alles om en wordt het serieus. En dat klopt met elkaar, omdat juist die komische gewoonheid er voor zorgt dat de ineenstorting van hun levens extra erg wordt. Iedereen kan het – ondanks alle spaarcenten, ikeakasten en vaste contracten – ineens helemaal niet meer zien zitten en misschien zelfs ontsporen. Dat was de aanleiding voor het maken van de film en dat is er op een voortreffelijke manier uitgekomen. Nominatie voor Beste Scenario?
Nog een Nederlandse film in de bioscoop: DE GELUKKIGE HUISVROUW, de verfilming van het boek van Heleen van Rooyen door Antoinette Beumer. Met natuurlijk een geweldig fantastische rol van Carice van Houten. Het wordt een clichee om haar acteerprestaties te prijzen, maar ze kan er ook niets aan doen. Carice is gewoon erg goed. Gesjeesde stewardess wordt zwanger en wil dat eigenlijk niet. Maar ze heeft een mooi huis en een lieve man die dat wel graag wil. Resultaat: een postnatale depressie en een gekkenhuis. Het verhaal is dun en de afwikkeling niet heel goed. Maar ondanks dat is het een film om van te genieten. Niet de hele tijd echter, want er zit een vreselijke bevallingsscène in die me resoluut deed besluiten nooit te bevallen en waardoor iemand achterin de zaal flauw viel (ja echt!). Door deze scène en haar in eerste instantie onwil een kind te krijgen, is het zeer geloofwaardig dat ze haar pasgeboren zoon niet accepteert. En omdat Carice dit zo uitstekend speelt. Haar spel is zo invoelbaar, zo subtiel, het maakt volgens mij niet uit welke regisseur je tegenover haar zet.
Verder worden binnenkort de nieuwe Telefilms weer uitgezonden (ik schreef ook over de Telefilms in 2008 en over de Telefilms in 2009). In tegenstelling tot alle voorgaande jaren, worden de films niet in mei/juni uitgezonden, maar pas in juli en zelfs in oktober! Het zal er wel mee te maken hebben dat tegenwoordig alle Telefilms ook in de bioscoop verschijnen en de producenten bang zijn dat er niemand naar toe gaat als ze de film ook eerst op tv hebben kunnen zien. Een logische redenering, maar helaas gaan er ook nu al weinig mensen naar de Telefilms in de bioscoop. Het zijn niet voor niets Telefilms, films voor televisie, films met een actueel thema en een snelle filmstijl die niet in de eerste plaats filmisch is. En als ze dat wel zijn, dan hebben de producenten de Telefilm-subsidiëring handig aangegrepen voor het realiseren van een bioscoopfilm, zoals een beetje bij BLUEBIRD (2004), CLOACA (2004), HET SCHNITZELPARADIJS (2006), TBS (2008) en STELLA’S OORLOG (2009). Eén film werd echter in ieder geval niet in de bioscoop uitgebracht en was dan ook al te zien op televisie ten tijde van de
gemeenteraadsverkiezingen, SEKJOERITIE. Security dus, maar dan fonetisch. Een slecht geschreven film, met uitermate idiote dialogen en rare verwikkelingen. Maar grandioos geacteerd door Loek Peters. Ik kan de film nog wel tien keer zien, omdat hij zo fantastisch speelt. Hij kreeg een Gouden Kalf nominatie voor Beste Mannelijke Bijrol voor de film HET ECHTE LEVEN (2008) en hij mag dit jaar ook wel weer zo’n nominatie krijgen. Hij kan heel naturel zijn, tot het genante aan toe: je vóelt zijn ongemakkelijkheid alsof het de jouwe is. Ook op toneel kan hij dat goed, zo zag ik hem in Othello van het Noord Nederlands Toneel, jaren geleden. Die Loek, die is er één om te onthouden. Hij schittert telkens weer, heel ongemerkt, de sterren van de hemel. Het wordt tijd voor een échte hoofdrol in een goed geschreven film. Al staat zo’n rol als romantische beveiliger hem ook zeker wel….
Waar had ik het over? Ja, de nieuwe Telefilms. In juli worden ook nog DE LAATSTE REIS VAN MENEER LEEUWEN en KÖFTE uitgezonden (en op 24 juli wordt SEKJOERITIE nog eens uitgezonden!). In oktober volgen WIN/WIN (ik ben erg benieuwd naar deze film over de kredietcrisis!), KOM NIET AAN MIJN KINDEREN en LELLEBELLE.
Over de vele tot vervelendst toe terugkerende Hollywood clichés.
Er is al veel over geschreven. Sterker nog; op IMDB’s Hitlist (wisselende links onderaan de homepage) staat elke dag wel een verwijzing vermeld naar een blog met een dergelijke opsomming. Toch kan ik het niet laten ook een keertje te schrijven over één van mijn weinige ergernissen omtrent film: clichés. En dan specifiek over Hollywood-clichés. Ja natuurlijk, Hollywood is vanaf het begin al één groot cliché van zichzelf. Maar ik heb het niet over de cliché verhalen, karakters of dialogen, maar over de kleine dingen die ook best anders kunnen. Kleine goofs die keer op keer, film na film, herhaald worden. Alsof iemand in Hollywood heeft bepaald dat het zo werkt en dat het niet anders kan. In Hollywood wordt bijvoorbeeld niet gegeten. Het enige wat acteurs hoeven te doen is een beetje in hun eten roeren. Als iemand wél een echte hap neemt en doorslikt, dan betekent dit dat diegene zeer depressief is, een eetstoornis heeft of na een paar seconden zal bezwijken doordat er gif in zat. Logisch. En zo is ook bepaald dat als iemand een drankje bestelt aan de bar, diegene meteen vertrekt zodra het drankje voor zijn neus staat. Zonde! En ga zo maar door. Hierbij een opsomming van de meest irritante clichés. Aanvullingen zijn altijd welkom.
- Alle computers in alle Hollywoodfilms maken allerlei piepjes. Bij elke toets en elke beweging in beeld hoort een belachelijk MS DOS piepje. Dat doen computers niet!
- Daarnaast gebruikt niemand een muis in films. Het enige wat ze doen is rammen op het toetsenbord.
- Ook van de spatie-toets hebben ze nog nooit gehoord. Die hoeft niet gebruikt te worden in films.
- Om even bij computers te blijven: downloaden duurt idioot snel. Behalve natuurlijk als de bad guys net-niet-net-wel de voordeur in trappen.
- Ik zag laatst IT’S COMPLICATED; één grote berg met clichés! Eén daarvan had ook weer betrekking op computers en komt in meerdere films terug: de beeldkwaliteit van een Hollywood-laptops. Die is idioot perfect. Vooral als er gechat wordt via webcams. De beelden die binnenkomen zijn alsof ze gefilmd zijn met de meest supersonische camera’s. Het probleem: dat zijn ze ook. En vervolgens wordt gedaan alsof het webcam beelden zijn. Jaja..
- Binnenhuisarchitectuur. Een heel groot en vervelend Hollywood-cliché. Heel groot en vervelend aanwezig in bovengenoemde film. Zelfs als de hoofdpersoon een schattig baantje als taartenbakster of columniste heeft – waarmee je dus niet idioot veel verdient – heeft diegene een kas van een huis die ingericht is door de meest geweldige binnenhuisarchitect. Met tuin die ontworpen is door een tuinarchitect. Inclusief schommelstoel onder romantische boom. Oftewel: een overenthousiaste production designer heeft zich hier flink uitgeleefd. En het resultaat: zo perfect dat het glazuur van mijn tanden springt.
- Het montage-cliché. Er verstrijkt een bepaalde tijd en in die tijd moet er van alles gebeuren. Dat is heel makkelijk opgelost met een montage van belangrijke beelden onder een opzwepend muziekje. Geweldig geparodieerd in een aflevering van “Southpark”. (Helaas is van deze aflevering geen youtube filmpje te vinden.)
- Als de taxichauffeur – of broodjesverkoper, krantenjongen, serveerster etc. – betaald wordt, krijgt hij een willekeurig briefje uit de portemonnee en dit is dan op wonderbaarlijke wijze altijd precies het juiste bedrag.
- Er hoeft nooit gezocht te worden naar een parkeerplek. Er is altijd een plekje vrij, precies voor het gebouw waar de hoofdpersoon moet zijn. Natuurlijk.
- Geleend van deze geweldige site (movieclichees.com) en is helemaal waar: honden weten feilloos wie goed of slecht is en blaffen naar de slechteriken. En daardoor weet jij als kijker het dan ook. Handig!
- Een hele vervelende, maar vaak helaas essentieel voor de plot: zodra een held zijn bad guy ontmoet, vertelt deze slechterik in geuren in kleuren, met veel trots, al zijn plannetjes om de wereld te vernietigen, om vervolgens – tevergeefs natuurlijk – te proberen de held te vermoorden. Slim!
- In films wordt op middelbare scholen enkel onderwezen in geschiedenis of scheikunde. Wiskunde is niet sexy kennelijk.
- Elke kotsende vrouw is zwanger. Geen uitzonderingen.
- Hallo of doei zeggen als een telefoon wordt opgenomen of opgehangen is not done in Hollywood.
- De allerleukste: mobiele telefoons zonder bereik of volle batterij. Altijd op dat ene cruciale moment – verdwaald in een donker bos, opgejaagd door een seriemoordenaar of op de rand van een natuurramp. Zie onderstaand geweldig in elkaar gezet compilatiefilmpje (met dank aan cinema.nl)!
Als we het over Hollywood-clichés hebben, moeten we het ook hebben over trailer-clichés. Vooral die typische dreunend lage monotone mannenstem, die wordt gebruikt onder elke trailer: ‘In a time before times… In a land beyond lands… One man stands alone…’. Geweldig. Don LaFontaine was wel de beroemdste. En ze blijven het gebruiken. Terwijl het inmiddels zo’n cliché is, dat het lachwekkend wordt. Ook serieuzere films gebruiken clichés in trailers. Het volgende filmpje vond ik door ‘film clichés’ te googlen. Een geweldige en treffende nep-trailer met alle ingrediënten voor een Academy Award Winning Movie Trailer. Heel goed bedacht, want je kan inderdaad vaak aan de trailer van een film al zien of de film een typische Academy Award Winner zal zijn. Let goed op de teksten!
Over waarom de tvserie “Mad Men” zo leuk is.
Naast films kijken, kan je ook een geweldige televisieserie kijken. Minstens zo leuk. Ik kijk daardoor deze maand wat minder films dan normaal, want ik ben helemaal verslaafd. Dat was ik al na het zien van seizoen 1, getuige dit bericht. En ik moet bekennen dat ik niet kon wachten totdat de serie eindelijk op televisie zou worden uitgezonden; ik heb seizoen 2 gedownload. Ik zit dus nu bijna elke avond met m’n laptop op schoot te kijken naar dit wonderlijk meeslepende en intrigerende schouwspel. De serie vertelt over reclamejongens begin jaren ‘60 in New York, aan Madison Avenue, vandaar – onder andere – de titel Mad Men. De serie focust zich vooral op Don Draper, ad executive van het sjieke reclamebureau Sterling & Cooper, op zijn reclametalent, maar vooral op zijn gezin, zijn vrouw en zijn verleden. Draper heeft de typische jaren ‘50/ jaren ‘60 stijfheid, inclusief stijve pakken en foute opmerkingen. Zo zijn alle mannen trouwens in deze serie. Aan één stuk door rokend en drinkend en overtuigt van hun superioriteit ten opzichte van vrouwen, secretaresses, werksters, homo’s, donkere mensen, tja, alles eigenlijk. Heel fout. Ontzettend fout! Hoe kan dat nou leuk zijn? Nou allereerst door het fantastische spel van alle personages. Vooral Draper wordt fantastisch geacteerd door John Hamm, een acteur die in ‘het normale leven’ een sullige nerd in een te groot pak is, maar die als Don Draper weergaloos sexy en onweerstaanbaar is. Echt! Inclusief alle seksistische opmerkingen. Juist! Maar columniste Sylvia Witteman kan dat veel beter verwoorden dan ik in haar column over Mad Men.
Niet alleen de serie op zich is verslavend, doordat het spannend is, Don Draper verschrikkelijk mysterieus, elke aflevering eindigt met ofwel een intrigerende overpeinzing, dan wel een cliffhanger, maar ook de wereld die in de serie is gecreëerd is verslavend. De aankleding is tot in de kleinste details perfect, vooral de kostuums. Zulke jurken wil ik ook! Je bent constant nieuwsgierig naar welke glamoureuze creaties Mrs. Draper dit keer weer aan heeft, maar ook naar hoe de vrouwen uit de serie dit keer weer zullen reageren op het idioot ouderwetse moraal van de mannen. Ik betrap mezelf er op dat ik bijna ga roepen tegen m’n laptopscherm: geef ‘m een klap! Zeg dan iets schunnigs terug! Je dompelt je met deze serie in een nieuwe, oude wereld. En je gaat je daarbij afvragen hoe ontzettend de wereld is veranderd in 50 jaar en ook hoe verschrikkelijk niet de wereld is veranderd. Als een serie vol drank, tabak en overspel je dat kan laten afvragen, dan moet het wel goed zijn. Oftewel – in Sylvia Witteman’s woorden – ‘wie Mad Men niet kent moet nu onverwijld de complete serie in huis halen en met een slof sigaretten en een fles whisky lekker gaan zitten kijken’.
Over waarom zowel Leonardo Dicaprio, Marlon Brando en Paul Newman zulke geweldige acteurs zijn.
Ik zag vorige week SHUTTER ISLAND in de bioscoop, de nieuwste film van Martin Scorsese (van TAXI DRIVER, THE DEPARTED en nog veel meer meesterwerken). Een ontzettend gave film met een ijzersterke hoofdrol van Leonardo Dicaprio. Het sterke van deze rol kan ik eigenlijk niet uitleggen, want dan verklap ik een essentieel deel van het magnifiek geschreven plot. Deze rol laat in ieder geval zien wat voor geweldige, getalenteerde en bezielde acteur hij is. Hij kan de ontwikkeling van een karakter zo invoelbaar maken, zo dichtbij dat je het haast zelf voelt, dat je haast zelf in de war raakt. Hij kan acteren met zijn ogen en met kleine bewegingen in zijn gezicht, van zijn handen en in zijn manier van lopen. En tegelijk kan hij overdrijven en zich bloot geven alsof hij in het theater staat en alles van zijn spel afhangt. Hij is één van de weinige acteurs die écht kan huilen op het grote scherm, of althans: als hij het doet raakt het me écht. Misschien overbodig om te vertellen dat ik best fan ben van deze man. En ik niet alleen, ook de grote regisseurs in Hollywood. Zo werkte hij met Steven Spielberg in CATCH ME IF YOU CAN, met James Cameron in TITANIC, met Ridley Scott (ALIEN, GLADIATOR) in BODY OF LIES, met Lasse Hällstrom (THE CIDER HOUSE RULES, CHOCOLAT) in WHAT’S EATING GILBERT GRAPE, met Sam Mendes (AMERICAN BEAUTY) in REVOLUTIONARY ROAD en al vier keer met Martin Scorsese (ook in THE DEPARTED, THE AVIATOR en in GANGS OF NEW YORK). En in augustus (dan pas!) staat de première gepland van INCEPTION, van Christopher Nolan (MEMENTO, THE PRESTIGE en THE DARK KNIGHT) waarin hij de hoofdrol speelt. En er staat hem nog heel wat te wachten, getuige de 27 projecten waar hij volgens IMDB in gaat participiëren en de roddels dat zowel Oliver Stone als Clint Eastwood op hem azen voor hun volgende films. Stiekem blijft hij voor mij ook altijd mijn pubercrush. En dat het heel duidelijk mag zijn: ik had hem allang ontdekt voor TITANIC, namelijk in ROMEO AND JULIET (zwijmel!) en de serie “Growing Pains” (heel schattig). Maar toen hij in de gedaante van Jack Dawson voor me op het grote scherm verscheen was ik helemaal om. En dat ben ik nog steeds; al is de crush veranderd in waardering. Echt!
Niet alleen Leonardo Dicaprio is een acteur die het verdient om op te hemelen. Er zijn er nog een aantal die ik even wil noemen. Het is lente en dan krijgt je dat.
Allereerst mijn ontdekking van de afgelopen maanden: Marlon Brando (1924-2004). Zijn spel is niet te omschrijven, dat had ik nog nooit gezien. Hij viel me het eerst op, op de foto’s die door mijn handen gingen bij het Filmmuseum, in onder andere THE MEN (1950), zijn debuutfilm, en MUTINY ON THE BOUNTY (1962) (beide (nog) niet gezien helaas). Alleen al op foto’s spettert zijn aanwezigheid er van af. En na het zien van A STREETCAR NAMED DESIRE (1951), ON THE WATERFRONT (1954), THE GODFATHER (1972), LAST TANGO IN PARIS (1972) en APOCALYPSE NOW (1979) – vijf fantastische films – ben ik heilig overtuigd dat dit de beste acteur allertijden is. In genoemde films speelt hij vijf zeer uiteenlopende en toch ijzersterke rollen. Het meest opvallende aan Brando is de manier waarop hij oud is geworden. Van een jonge, gespierde hunk die gevoelige en gecompliceerde rollen speelt, tot een wat verwaarloosde en in de war geraakte man in brute, gewelddadige karakters. Altijd even krachtig, dat wel. Het feit dat hij onmogelijk schijnt te zijn geweest op de filmset en elke regisseur tot wanhoop dreef, heeft er alleen maar aan de legende die Marlon Brando heet bijgedragen, denk ik. Volgens verschillende forums moet ik nu vooral nog JULIUS CAESAR zien – en eigenlijk z’n hele oeuvre natuurlijk. Ik kan niet wachten om weer meer van dit bizarre, gevoelige, ogenschijnlijk geïmproviseerde, nonchalante en toch precieze en ook vaak sensuele acteerwerk te kijken!
Nog een ontdekking: Paul Newman. Ook hem zag ik in het Filmmuseum voorbij komen en wel in de film ABSENCE OF MALICE (1981). Aan zijn oeuvre ben ik nog niet toegekomen – Marlon kreeg even voorrang – maar daar ga ik binnenkort aan beginnen. Ik zag al wel THE HUSTLER (1961), een slim geschreven en psychologisch zware film over pool. Ja, ik wist ook niet dat het kon, maar met Paul Newman in de hoofdrol kan het. Ook hij geeft zich geheel bloot in zijn acteerwerk, je krijgt het gevoel in zijn ziel te kunnen kijken. En samen met Brando zijn ze de meest sensuele acteurs uit de filmgeschiedenis, als je het mij vraagt. Dat maakt het kijken van een slechte film als HARPER (1966) toch nog een feestje.
Meer van dit soort (maar dan wel iets jonger en nog levend..) volgt later!
Van 17 t/m 21 maart was het 2e Go Short International Short Film Festival in Nijmegen. Ik bezocht dit hartstikke leuke festival en zag daar drie korte film programma’s. Dat deed ik vooral voor de Breaking Shorts van Breaking Ground, het Utrechtse platform voor Europese studenten filmmakers. Breaking Ground organiseert onder andere elke 2 maanden het super gezellige en inspirerende Breaking Ground NL, een avond vol studentenfilms inclusief hun makers in het Louis Hartlooper Complex. Daarnaast zijn ze vooral een plek waar Europese studenten filmmakers elkaar kunnen ontmoeten en een publiek kunnen vinden voor hun films. Voor meer informatie: breakingground.eu. Mijn enthousiasme voor dit geweldige initiatief is niet helemaal onpartijdig, omdat BrGr’s team uit een paar goede vriendinnen en natuurlijk voor de rest hele vriendelijke mensen bestaat. Daarom toog ik afgelopen 20 maart naar het verre Nijmegen om het spetterende programma van de trotse Breaking Grounders te komen aanschouwen. Ze werden gaandeweg de dag steeds trotser, omdat langzamerhand duidelijk werd dat één van de films uit hun programma – een studentenfilm dus, geen ‘gewone’ film uit het reguliere programma – wel eens de publieksprijs zou gaan winnen. Een hele eer!
We begonnen de dag met vier korte documentaires. Dit blok was onderdeel van de reguliere programmering van Go Short. De eerste maakte de meeste indruk; de 27 minuten durende FAMILIA 068 uit Nicaragua over een familie die leeft op een vuilnisbelt. Een confronterende start, die je meteen met je neus op de feiten duwt. Het tweede blok betrof wél een Breaking Shorts verzameling, met een Deense, Franse en Duitse film. De kortste van de drie, de Duitse film DAS PAKET, was het meest hilarisch. Twee gangsters in een auto voor een wegopbreking in the-middle-of-nowhere; heel goed gevonden. Het derde blok – na een bezoekje aan de Waalkade, de drukke binnenstad van Nijmegen en het terras van filmtheater Lux – waren weer Breaking Shorts. Een heel sterk blok met drie goed gemaakte studentenfilms. Het Duitse RÖNTGEN is een historisch drama en dat zie je niet vaak uit filmacademies komen. De ‘production value’ was zeer hoog: de sets en kostuums zijn adembenemend vormgegeven. Opnieuw Duits, maar dan heel anders was NARBEN IM BETON. Deze zeer heftige, schokkende film, vertelt over een onzekere en zwangere vrouw in een saaie Duitse flat die de druk van de opvoeding van haar drie kinderen niet meer aan kan. Haar overspelige man helpt haar op geen enkele manier. De film die erna kwam, de Nederlandse JACCO’S FILM, is dan weer iets totaal anders. Het is een zeer geslaagde, perfect getimede en komische film over het leven uit de ogen van de tienjarige Jacco. Ik had de film al eens op een Breaking Ground NL avond gezien en ook voor de tweede keer bleef het een prachtig staaltje filmmaken. De film won dan ook de publieksprijs! Ik hoop dat de regisseur Daan Bakker nog veel van dit soort leuke films gaat maken! Hieronder het begin van de film, zeker de moeite waard! Voor meer over het Go Short festival: goshort.nl.
Het Internationaal Film Festival Rotterdam begon voor mij dit jaar al begin januari, tijdens een IFFR-preview dag voor Filmmuseum medewerkers. Ik zag drie Filmmuseumdistributie-titels die tijdens het festival in première zijn gegaan. Alledrie zeer speciale en mooie films, daar kan ik niet omheen. Het begon met de Colombiaanse roadmovie LOS VIAJES DEL VIENTO, vol met wonderschone beelden van het wisselende Colombiaanse landschap, melancholische accordeonmuziek en twee stille, goed op elkaar ingespeelde mannen met een missie. Een coming-of-age drama in combinatie met een verhaal over oud worden. Echt een aanrader. Daarna de Nederlands/Vlaamse film MY QUEEN KARO van Dorotheé van den Berghe, over de Amsterdamse krakerscene van de jaren ‘70. Maar eigenlijk over Karo, dochter van een idealistisch krakersstel, en hoe zij naar de wereld om zich heen kijkt. Over hoe graag zij normaal wil zijn en nog niet tot de volwassen keuzes gedwongen wil worden die van haar worden verlangd. Een mooie, interessante film met een vertederende rol van de kleine Karo. Als laatste zag ik het Franse LOURDES, ook een echte aanrader. De film vertelt over het bekende bedevaartsoord vanuit de ogen van de rolstoelgebonden Christine, op zoek naar een wonder. Maar het is een ook een zeer subtiele aanklacht tegen de bizarre toeristenplek die Lourdes is geworden en daardoor een hilarische tragikomische film.
Het is heerlijk om je zo te laten verrassen door drie geweldige films – al weet je dat maar nooit natuurlijk – dus dat deed ik opnieuw tijdens een bezoek aan Rotterdam op maandag 2 februari. Siera koos de films uit en het werd uiteindelijk – weer! – een superprogramma. Ik had in eerste instantie voor de bekende namen willen gaan, zoals de nieuwste van Francis Ford Coppola (TETRO), de nieuwste van Todd Solonz (LIFE DURING WARTIME), Oscarbuzz films A SINGLE MAN (die ik al wel heb gezien en die fantastisch is!) en UN PROPHÉTE, de nieuwste – en tevens een animatiefilm! – van Wes Andersson (FANTASTIC MR. FOX) etc, etc. Maar die waren binnen no-time uitverkocht natuurlijk. Dus het werd allereerst de Spaanse film LA MUJER SIN PIANO, een bijzondere film, maar ook zeer vaag en vooral erg deprimerend. Een huisvrouw glipt ’s nachts het huis uit met pruik op om rond te dolen door de stad. De hele film beslaat deze nacht en er lijkt dan ook geen einde aan te komen. Op een gegeven moment raak je net zo ontheemd en doelloos als de vrouw. Waar dient het allemaal toch voor? En vooral: waarom gaat deze vrouw niet gewoon lekker slapen onder een warm dekbed? Bijzondere film, maar wel vervelend. Een stuk fijner was de Koreaanse film EIGHTEEN, over een verboden liefde tussen een jong modern stel. De film laat zien hoe Koreanen met elkaar omgaan, maar vertelt tegelijk een zeer universeel verhaal. De regisseur vertelde na afloop – één van de leuke dingen van festivals: de Q&A’s – dat hij wilde laten zien hoeveel 18 zijn kan verschillen met 19 zijn. En dat heeft hij op een mooie, indringende manier verbeeld.
Vervolgens – nog lang niet moe van het filmkijken – zaten we tussen de bobo’s bij de première van de nieuwste film van Marc de Cloe, SHOCKING BLUE. Een coming-of-age drama, zoals dat zo mooi heet, tussen de oerhollandse tulpenvelden. Drie vrienden zitten samen op de tractor en één valt eraf en overlijdt. De dramatische verwikkelingen die hierop volgen zijn misschien een beetje vergezocht en teveel van het goede, maar Marc de Cloe weet wel hoe je liefde, vriendschap, rouw en het Nederlandse landschap mooi in beeld moet brengen. Vooral het camerawerk is werkelijk fantastisch. En dat van een cameraman die debuteert in het filmen voor een fictiefilm! Dan moet het ook Marc de Cloe’s visie zijn die deze film zo’n heerlijk gevoel mee heeft gegeven. Dezelfde verliefde, zwevende en gevoelige sfeer zat ook in zijn voorlaatste film HET LEVEN UIT EEN DAG, die nog maar een paar maanden geleden op het Nederlands Film Festival in première ging – wat een productiviteit! Beide zijn het op het oog frisse, liefdevolle films, maar eigenlijk verhalen met een serieuze, indruk-achterlatende laag. Het mooiste van dit alles is de lieve, hoopvolle film YO, TAMBIEN (ME TOO), van een Spaans regisseursduo die – zeer terecht – de publieksprijs van het festival won. Het was de laatste film die we zagen in Rotterdam en mooier had het niet kunnen eindigen. De film vertelt over de 34-jarige afgestuurde Daniel die het syndroom van Down heeft. Hij wordt verliefd op een collega, de losbollige Laura. Hij weet, maar wil het niet toegeven, dat er ondanks zijn intelligentie geen toekomst in een relatie met haar zit. Toch is Laura door hem gefascineerd en ontstaat er een intieme band. Het is een origineel, goed geschreven verhaal dat uitstekend is geacteerd. Ondanks dat het natuurlijk gaat over de problemen die het syndroom van Down kan opleveren als het over relaties gaat, vertelt de film ook over universele aspecten als verliefdheid, relaties, familie, werk, rouw.. het leven eigenlijk. De film heeft een beschouwend karakter, je ziet de wereld niet uit de ogen van Daniel, maar ook niet vanuit de ogen van zijn omgeving. De film is ongelofelijk objectief, echt heel knap gedaan. Zonder enig oordeel te vellen maken we kennis met deze mensen en kunnen we hardop glimlachen om Daniel’s – soms naïeve – blikken en uitspraken. Een hele leuke, lieve, mooie film die absoluut een Nederlandse release verdient. Het lijkt mij een echte filmhuis-hit!
Afgelopen zaterdag zag ik WHERE THE WILD THINGS ARE, waarover ik hier al sprak. Ik wilde deze film heel graag zien, omdat dit de nieuwste film is van regisseur Spike Jonze. Hij maakte ook BEING JOHN MALKOVICH en ADAPTATION, twee geweldige films waarin absurdisme wordt gecombineerd met reeële emoties en échte mensen. Tevens gebruikt hij special effects op zo’n subtiele manier, dat het je niet eens opvalt dat hij effecten gebruikt. Zo ook in WHERE THE WILD THINGS ARE, de verfilming van het gelijknamige kinderboek (in het Nederlands vertaald als Max en de Maximonsters), van Maurice Sendak. De monsters die de jongen Max ontmoet zijn levensgrote poppen, met CGI gezichtsbewegingen. Dat is erg mooi en overtuigend gedaan. Op deze manier kan de acteur die Max speelt de monsters écht aankijken en knuffelen. Het boek bestaat grotendeels uit prenten en een paar zinnen, dus een verfilming leek me een lastige klus. Maar Spike Jonze is een regisseur die hiermee perfect uit de voeten kan. Want WHERE THE WILD THINGS ARE is een film geworden die lang in je hoofd blijft zitten en waar je lang over kan nadenken. Het is een warm en ontroerend verhaal, maar ook heftig en confronterend. De wilde, onrustige Max loopt na een ruzie met zijn moeder weg, omdat zij hem geen aandacht schenkt. Hij belandt op een eiland met monsters, maar al snel blijkt dat ook deze grote harige monsters problemen hebben en niet de eenduidige figuren zijn zoals ze misschien lijken. Conclusie: het leven is ingewikkeld. Voor kleine jongens die aandacht en liefde nodig hebben, maar ook voor grote monsters die aandacht en liefde nodig hebben. In mijn ogen geen kinderfilm, maar een film voor iedereen. Spike Jonze’ regie is visionair, hij kan ieder personage – hoe absurd ook – dichterbij laten komen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de wonderbaarlijk mooie sets en locaties en de sterke acteerprestaties van de kleine Max.
Spike Jonze is naast filmregisseur bovenal een clipregisseur; hij maakte onder andere de legendarische clips Buddy Holly voor Weezer en Weapon of Choice voor Fatboy Slim, met een dansende Christopher Walken! Beide clips laten zien hoe subtiel hij effecten inzet voor een geniaal en ook absurd resultaat. Een andere visionaire clipregisseur die aan het regisseren van speelfilms is begonnen is Michel Gondry. Op 8 augustus 2007 schreef ik na het zien van zijn LA SCIENCE DES REVES (THE SCIENCE OF SLEEP):
Regisseurs als Michel Gondry en Spike Jonze, beide vooraanstaande -voormalige- videoclip-regisseurs, weten wat je met film kan en welke wonderlijke dingen je kan laten zien. Film hoeft niet rechtlijnig en overzichtelijk te zijn. Ook hoeft niet alles verklaard te worden, dat gebeurt in het echt ook niet. Hun films zijn aaneenknopingen van flarden herinneringen, emoties, verlangens, dromen, fantasieën en ervaringen. Precies zoals je normaal denkt, droomt en leeft.
Michel Gondry werkt net als Jonze op een speciale manier met effecten, misschien op een iets meer duidelijke manier en vaak in combinatie met stop-motion, poppen en andere soorten animatie. Zoals in een geniale scène in ETERNAL SUNSHINE OF THE SPOTLESS MIND, wanneer Jim Carrey ronddoolt in zijn wegvallende herinneringen. Of in LA SCIENCE DES REVES, als Stephane’s dromen papieren en kartonnen werkelijkheid worden. Michel Gondry’s creativiteit zie je goed terug in zijn clips, zo is hij verantwoordelijk voor de meest memorabele videoclips. Hij regisseerde bijna alle clips van Björk, waaronder die van Human Behaviour en ook de wereldberoemde clip voor Daft Punk’s Around the World. Na het zien van WHERE THE WILD THINGS ARE moest ik denken aan wat ik in 2007 schreef over de overeenkomst tussen deze twee clipregisseurs, omdat het precies slaat op de stijl van deze film. Film is hét ideale middel als je een schijnwereld en de échte wereld in elkaar wilt laten overlopen, dat weten Spike Jonze en Michel Gondry heel goed. En naar mijn mening is dat ook het geweldige van film, omdat ik me graag verdiep in die momenten waarop een droom zich vermengt met het geluid van je wekker, waarop de tijd ineens heel snel gaat als je in de trein zit en de momenten waarop geuren en geluiden herinneringen angstaanjagend dichtbij kunnen laten komen.
Extra: Naar mijn mening mag WHERE THE WILD THINGS ARE veel Oscars winnen! Zie mijn speciale Oscar-pagina!
Ik wens iedereen een liefdevol, inspirerend en filmrijk 2010!
De beste film van het jaar is voor mij REVOLUTIONARY ROAD, omdat de film een combinatie is van één van mijn favoriete regisseurs, mijn favoriete acteurs en het meest gevoelige, ontroerende verhaal van het jaar. Een goede tweede plek is voor mijn Nederlandse favoriet KAN DOOR HUID HEEN. Ik leverde – netzoals voorgaande jaren (2007, 2008 en 2009) – een top 10 lijstje in bij cinema.nl. In dit lijstje staan natuurlijk de in dit jaar uitgekomen films uit mijn favorietenlijst, aangevuld met onder andere (500) DAYS OF SUMMER. Vooral FROZEN RIVER en WENDY AND LUCY zijn cinematografische pareltjes die amper ontdekt zijn door het grote publiek. Net zoals in voorgaande jaren (in 2008 en in 2009) zal ik hoogstwaarschijnlijk weer een Oscar-buzz pagina in het leven roepen, maar voor nu heb ik wel weer genoeg gepost!
Als nieuwjaars-extraatje: mijn filmgerelateerd sinterkerstcadeau, gephotoshopt door mijn vader. Klik hier! Ter referentie, klik hier.
Donderdag 7 januari om 20:30 op Nederland 1 begint het meest geweldige televisieprogramma ooit gemaakt weer: Wie is de Mol?!! Zie www.wieisdemol.nl. Ik heb er zin in! Wie speculeert er met me mee?








